maandag 8 december 2014

Bloemkool bakken?

Afgelopen weekend stond een intrigerend recept in de Volkskrant glossy: Geroosterde Bloemkool. Yvette van Boven had 't gepubliceerd.
Omdat ik na 't weekend met een halve bloemkool zat (eergister reeds de eerste helft opgegeten met rösti en bakbloedworst, best lekker) kwam dit recept als een geschenk uit de hemel; altijd leuk & interessant om 's iets nieuws met bloemkool te doen. Het komt erop neer dat je een hele bloemkool in z'n geheel zonder de groene bladeren half gaar moet koken, dan moet laten afkoelen, droogdeppen en bestrijken met een saus -bestaande uit griekse yoghurt met kerriepoeder, knoflook uit de knijper en zwarte peper- en daarna de bloemkool bestreken en al 30 tot 40 minuten afbakken in een oven van 200 graden heet. Daarna opeten met linzen.
Niks bijzonders toch? Nou voor mij wel!

Aan de slag.

Een halve bloemkool half gaar koken is natuurlijk een peulenschil: water aan de kook brengen, zouten, halve bloemkool erin en 8 minuten koken, dan nog twee laatste minuten de halve bloemkool omdraaien zodat de andere kant ook effe de kook over zich heen kan krijgen.
Het groen gooien we uiteraard niet weg, dat koken we -losgesneden van de stronk- gewoon mee, lekker morgen als salade; aan stukjes gesneden en geserveerd met ruim olijfolie en azijn.
Ondertussen gaan we de saus maken waar we de halve bloemkool straks als ie is afgekoeld (dat afkoelen doen we lekker makkelijk: 't is nu erg koud buiten zo halverwege december dus we zetten de afgegoten bloemkool in een vergiet in de vensterbank in de buitenlucht) mee gaan bestrijken.
Griekse yoghurt (ofwel hangop) kopen we in de supermarkt, kerriepoeder maken we zelf want zo komen we ook eindelijk 's van al die restjes specerijen af!
Kerriepoeder blijkt te bestaan uit de vijf K's: Korianderpoeder, Kruidnagelpoeder, Kurkumapoeder, Kummel en Komijnzaad, gemalen. Kardemon kan er ook in en ook gember, afhankelijk van waar 't kerriepoeder gemaakt is maar ik heb 't zonder de laatste twee gemaakt (omdat ik ze niet bleek te hebben haha!). Wel heb ik wat zout toegevoegd + lekker veel pittig paprikapoeder omdat ik nou eenmaal van pedis houd.
Afijn, saussie gemaakt van de yoghurt, specerijen en geperste knoflook, daar de bloemkool dik mee ingesmeerd en die op een siliconenovenschaal hup de hete oven in.

Groene linzen op 't vuur, die zijn in een half uurtje echt wel gaar.

Ongehoord lekker. Echt een aanradertje! Dit ga ik vaker doen...



donderdag 4 december 2014

Op de Zwitserse toer: o.a. Rösti!


Dit stukje heb ik driekwart november 2014 voor de Moriniclub geschreven:

Clubgenoten!

Op het moment van dit schrijven - 3/4 november- zitten we midden in de Zwarte Pieten discussie. Je kan de krant niet openslaan of de koppen schreeuwen je tegemoet, ook op Facebook meent iedereen zich erover een mening aan te moeten matigen en zelfs de cover van de VPRO-gids van komende week toont het smoelwerk van Sunny Bergman die een poging doet om zich af te schminken. Ik heb niet 't idee dat we hier uit gaan komen de komende jaren omdat er geen alternatief lijkt te zijn waar beide partijen zich mee zouden kunnen verzoenen.
Maar…. Als we nou eens met z'n allen over de grens zouden kijken? Er is een land waar 't allemaal niet zo'n punt is omdat de knecht van de Goedheiligman (want daar knelt de schoen) geen gastarbeider of onderdrukte is maar een autochtoon die zich prima voelt in zijn rol. Dat land is Zwitserland.
In Zwitserland wordt Samichlaus (Sammieglaus) bijgestaan door Schmutzli, een zonderling die teruggetrokken diep in de bossen  leeft (de takken groeien in zijn baard!) gekleed als een soort monnik. Geen vuiltje aan de lucht! Nou ja, hier in Nederland hebben we dan wel geen uitgestrekte wouden maar er wonen zonderlingen zat die heus wel voor een fles prima jenever zich een maandje (langer hoeft niet) 't vuur uit de sloffen voor De Grote Kindervriend zouden willen lopen.
Zwitserland is niet alleen 't land met de leukste Sinterklaas, ook kan je je er 's zomers prima vermaken op je al dan niet gemotoriseerde tweewieler en 's winters, tja, dan kan je als je durft op de lange latten. Niks voor mij maar wintersport in wat voor vorm dan ook maakt hongerig en dat weten de Zwitsers als geen ander vandaar dat ze zich  hierop hebben toegelegd: Nou niet gelijk over kaasfondue of racletten beginnen te balken, er is daar heus wel meer te eten hoor!

Groentesoep.

De Zwitserse groentesoepen lijken op de onze; over het algemeen hebben ze twee soorten: Heldere die ze Brühes noemen en gebonden die evenwel vaak niet gebonden zijn maar er zo uitzien omdat ze kort voor 't opdienen een staafmixer in de pan hebben gezet. Een Magimix natuurlijk, made in Suisse. Die tweede variant gaan we even maken.

Eerst een sofritto maken met een fijngehakte ui, kleingesneden bleekselderij en een stuk winterwortel aan hele kleine stukjes. Aanfruiten in een neutrale olijfolie. De sofritto afblussen met een scheut witte wijn, dan 1 liter koud water erbij en langzaam aan de kook brengen. Zwarte peper en zout naar smaak.
Laat dit 1 1/2 uur zachtjes koken. Als je er de sokken in wilt zetten maak 't dan in de hogedrukpan, dan is de bouillon in een kwartiertje pronto.
Ondertussen schillen we twee aardappels, vissen we uit een witte kool de harde kern, pakken we wat donkergroen van een winterprei en snijden alles aan kleine stukjes. Dat koken we langzaam gaar in de bouillon.

Rösti met witte kool en worst

Zwitsers zijn gek op worst, overal in de stad zie je kraampjes langs de weg waar je een broodje worst kan kopen.   Maar hun worst ziet er wel even anders uit dan de onze… Qua worst is er in Nederland niets te koop (wellicht tegen de Duitse grens aan, weet ik niet)  dat er ook maar een beetje op lijkt. 't Probleem bij -braad-worst uit Nederland is dat er altijd zo veel kruiden en specerijen ingedaan worden dat je geen vlees meer proeft.  Onlangs heb ik bij 's lands bekendste grootgrutter een worst ontdekt die qua smaak een heel eind komt, die werd 'verse worst' genoemd, nou ja, een beetje experimenteren is 't devies. Wellicht dat de plaatselijke slager zo goed wil zijn om een zwikkie naturel worsten te draaien.
Voor dat we de worsten gaan braden gaan we ze eerst 'Schnaffelen'  dat doe je door ze links en rechts 2 cm in te kerven op de kop, dat ziet er mieters uit bij 't braden. Bovendien kan zo 't vet eruit lopen en dan braad je ze in hun eigen vet, lekkerder is er niet!

Maar eerst gaan we de kool bereiden. Die gaan we 'Dünsten' oftewel zachtjes stoven op een bedje van fijngehakte ui. 
Snij de ui zeer fijn en fruit die in roomboter. Ondertussen de kool (waar de harde kern uitgesneden is die reeds ligt te garen in de soep) schaven, die bovenop de ui doen en een scheut azijn toevoegen. Peper en zout naar smaak. Gebruik een zo klein mogelijke pan met goed passend deksel! De kool moet gaar worden in zijn eigen vocht. Reken hier gerust 1 1/2 uur voor. Na een half uur effe checken, omschudden en weer zeer zachtjes verder gaar laten stoven.

Rösti!
Om een goede Rösti te maken is geen speciale vaardigheid nodig, wel een goede koekepan met teflon antiaanbaklaag en een passend deksel. En timing want voor Rösti hebben we gaargekookte vastkokers nodig die 24 uur hebben liggen rusten; kook de dag ervoor dus twee porties, de aardappelen die je voor de Rösti gaat gebruiken in een niet afgedekt vergiet wegzetten zodat ze wat uitdrogen.
Hak eerst een ui zeer fijn. Rasp dan de aardappelen met de grove rasp. Met de hand want keukenmachines maken er een smeerboel van. De geraspte aardappelen luchtig mengen met de ui. Nu een flinke klont boter in de koekepan, het aardappel / ui mengsel in die pan en met een houten spatel de kantjes netjes maken. Vuur niet te hoog en niet te laag, het moet zachtjes bakken zonder deksel, die gebruiken we straks om de Rösti om te kunnen draaien. Ondertussen gaan we de worsten braden in boter.
Na 10 minuten de Rösti op 't passende deksel laten glijden en in één keer de Rösti omgekeerd terug doen in de koekepan. Nu is de onderkant aan de beurt om mooi bruin te worden.

De soep is klaar! Even snel de Magimixer erin zetten en zie, de soep veranderd in een mooie egale 'gebonden' soep. Gelijk opdienen.

Met een schuin oog de worst in de gaten houden, die op tijd omdraaien.

Als de soep soldaat gemaakt is zijn de braadworstjes, die er nu uitzien als slangen met aan twee kanten een opengesperde bek, en de Rösti ook klaar. De kool is inmiddels boterzacht gestoofd. Alles op tafel zetten, iedereen een flinke portie kool, een worstje en een stuk Rüsti en smullen maar!

Wat drinken we erbij? In Zwitserland wordt bij 't eten bier of wijn gedronken. Welnu, bier bij 't eten vind ik altijd wat armoeiig, ik lust graag wijn bij 't eten. Rode wijn. Zwitserse rode wijn is een zeldzaamheid hier in Nederland omdat de Zwitserse Frank spijkerhard is en de wijnen dus onbetaalbaar zijn. Ze worden dan ook nauwelijks geëxporteerd. Jammer want lekker zijn ze zeker.
Omdat Zwitserland vrij noordelijk ligt wordt er veel Pinot Noir aangeplant die in het Duitstalige deel ook wel Blauburgunder genoemd wordt en die qua smaak wel wat lijkt op de Blauburgunders uit Zuid Duitsland en die wijnen zijn weer wel te vinden bij de betere wijnhandel: Die gaan we dus lekker uitschenken, we leven maar één keer!

Als toetje kan je lekker Hollands appelcompote (goudreinetten niet schillen, alleen klokhuizen eruit en fijnsnijden. Kwartiertje zachtjes koken zonder suiker) serveren maar tegen de tijd dat al het bovenstaande op is zegt niemand meer boe of bah.


Buon' appetijt! Dirk Kampstra, kok.

vrijdag 21 november 2014

Venkel!

Venkel!

Venkel is toch wel een heel apart stuk groente. Rauw is 't heerlijk, gekookt in water niet te versmaden maar een venkel-tomatensaus is echt turbo!
Geinig is is dat je twee kanten op kan met zo'n venkel-tomatensaus, 'n frisse en een variant waarin wat meer donkere tonen overheersen.
Eerst de frisse, die is 't makkelijkst en heeft de minste ingrediënten.

  • fruit eerst in olijfolie een paar overlangs doorgesneden teentjes knoflook
  • voeg dan een fijngehakte ui toe met een verkruimelde gedroogde spaanse peper
  • snij ondertussen een venkel aan stukjes en doe die in de pan als de ui glazig begint te zien
  • wellicht wat extra olie, blijf omscheppen tot de venkel gaar gebakken is
  • kieper nu een blikje tomatenblokjes erbij, sluit de pan, zet 't vuur hoog tot de kook erover is en zet dan 't vuur zo laag mogelijk. Laat een uur langzaam koken, halverwege effe checken of 't niet allemaal te nat is, zo ja: deksel schuin op de pan. 5 minuten voor opdienen zout naar smaak toedienen.
Dit smaakt prima bij witte bonen met pasta.


Dan de donkere variant.
  • snij een stuk pancetta aan dobbelsteenjes en fruit die langzaam in olijfolie
  • voeg overlangs doorgesneden teentjes knoflook toe
  • voeg dan een fijngehakte ui toe met een verkruimelde gedroogde spaanse peper
  • snij ondertussen een venkel aan stukjes en doe die in de pan als de ui glazig begint te zien
  • wellicht wat extra olie, blijf omscheppen tot de venkel gaar gebakken is
  • kieper nu een blikje tomatenblokjes erbij, sluit de pan, zet 't vuur hoog tot de kook erover is en zet dan 't vuur zo laag mogelijk. Laat een uur langzaam koken, halverwege effe checken of 't niet allemaal te nat is, zo ja: deksel schuin op de pan. 5 minuten voor opdienen zout naar smaak toedienen.
Dit smaakt ook prima bij witte bonen met pasta! Of met alleen pasta, 't is maar waar je trek in hebt. Lekker met wat extra versgemalen zwarte peper.


zondag 2 februari 2014

Twee dagen bloemkool



Bloemkole!!!!!!!

We schrijven nu 2 februari en ik krijg een verzoek binnen om een stukje te schrijven voor ons cluborgaan dat van 't voorjaar het levenslicht zal gaan zien: Of ik nog een lekker voorjaars recept heb liggen?
Nou ja, natuurlijk, maar wanneer is 't voorjaar, welke maand gaat 't blad verschijnen? Want in 't voorjaar veranderd 't aanbod van seizoensgroenten behoorlijk snel dus ik kan wel een lekker recept geven over schorseneren maar die zijn tot en met maart voorhanden, in april zijn ze er echt niet meer.... Een blik op de seizoensgroenten kalender (http://www.kookn.nl/overzicht-seizoensgroenten/) leert ons dat er één groente constant voorhande is: Bloemkool.
Bloemkool, de oerhollandsche groente die al jaren een vast plekje heeft veroverd in de topdrie van s' Nederlands meest gegeten groentes. Omdat je bloemkool prima onder glas blijk te kunnen verbouwen is deze lekkernij het hele voorjaar ruim voorhande.
De traditionele manier om bloemkool te nuttigen is met gekookte aardappelen en een bal gehakt + vette jus maar wij gaan 't natuurlijk anders doen en wel zo:

  • Snij van de bloemkool de roosjes en snij de stronk in even grote stukjes. Was de bladeren en snij die tot repen van ongeveer 1 cm breed.
  • Zet een grote pan water op en weeg 400 gram penne rigate af
  • Als 't water kookt voeg twee eetlepels zout tot en gooi eerst de bloemkool en een minuutje later de penne rigate in 't water.
  • Doe de deksel weer op de pan en roer af en toe tot 't geheel weer aan de kook is. Zet 't vuur lager en sluit de pan. Check af & toe of de boel nog kookt.
  • Begin na 8 minuten te checken of de pasta klaar is.

Als de pasta klaar is is de bloemkool ook gaar. Stort de pasta met de bloemkool in 'n groot vergiet en dien op.
Op ons bord gieten we lekker veel olijfolie van een goede kwaliteit over het gerecht alsmede grofgemalen gedroogde spaanse pepertjes.
De peper maakt de smaak los en geeft een frisse toets aan het gerecht en de combi olijfolie gare bloemkool blijkt onweerstaanbaar te zijn. Schenk er een frisse rode wijn bij, bijvoorbeeld Barbera d' Asti, een jonge Chianti of een lekkere Baujolais Villages.
Borden uitdwijlen met bruinbrood. Lekker hoor!

Tot zover niks bijzonders. Ware 't niet dat zelfs 4 volwassenen het bovenstaand gerecht niet op zullen kunnen en da's nou net de bedoeling want van alles wat we overhouden gaan we de volgende dag een fijne souffle maken.

  • Bewaar het overgebleven eten in 't vergiet dat je afdek met een deksel
  • Snij de volgende dag de penne rigate pijpjes in tweeën en doe het met de bloemkool in een ovenschaal. Als je een silicone ronde taartvorm hebt gebruik die dan want silicone bakvormen zijn veel makkelijker schoon te maken.
  • Splits 4 eieren, de dooiers gaan in de overschaal, het wit gaan later we stijfslaan met een keukenmixer
  • Snij een flink stuk Hollandsche kaas aan stukjes en roer dat door 't eierdooier bloemkool pasta mengsel. Voeg zout naar smaak toe, zwarte peper uit de molen is hier ook lekker bij.
  • Verwarm de oven voor op 175 graden en sla het eiwit stijf. Spatel dat door de inhoud van de ovenschaal.

Bak de souffle in een halfuurtje gaar, dien op en smullen maar!

Tel uit uw winst! Twee dagen achter elkaar genieten van één bloemkool. Mooier kan toch niet?

Buon' appetito, Dirk Kampstra, kok.



maandag 5 november 2012

Getzen Eterna 900 vs. Eterna 700S



Mensen die mij al wat langer kennen weten dat ik een zwak heb voor Getzen trompetten. Het zijn degelijk gemaakte instrumenten met legendarisch goede ventielmachines, als eerste monteerde Getzen standaard de Amado spuugkleppies en ja, wie een tijdje op youtube rondzwerft en alles gaat beluisteren wat er van Doc Severinsen te vinden is moet op z'n minst geinteresseerd raken in Getzen want zeg je Doc Severinsen dan zeg je -eigenlijk- Getzen. Dat Doc al jaren niet meer op Getzen speelt en dat boze tongen beweren dat hij in zijn glorietijd met Getzen op een Eterna 900 met Vincent Bach 37 beker speelde doet daar niks aan af.

Jaren geleden kocht k voor 750 gulden een Eterna Model Doc Severinsen en was opgetogen over de sound en inderdaad de ventielen maar eigenlijk vond ik mijn Vincent Bach 180/37 veel beter spelen zodat die Getzen in de verkoop ging. Exit Getzen? Nee want 't bleef knagen en toen ik een Getzen Deluxe voor niet te veel geld kon kopen aarzelde ik geen moment. Qua projectie en zuiverheid een goed ding maar vooral de sound vond ik tegenvallen. Ik moest enorm veel moeite voor doen om eruit te halen wat ik eruit wilde halen. Dus die mccht ook de deur uit.
Inmiddels moest Hans van Brassimport zijn deuren sluiten en in de laatste week ben ik nog even langsgeweest om 't een & ander uit te proberen en werd toch wel erg hebberig van de Getzen 900 'Classic' die hij had liggen. Dat zijn Eterna's die gebouwd worden naar de originele specificaties zoals ze in de jaren 60 op de markt kwamen. Alleen dan niet met een tweede stempomp met grotere boring en met Amado's i.t.t. de eerste Eterna's die met gewone spuugkleppies waren uitgerust. Geweldig instrument alleen had ik 't geld er niet voor over ondanks de fenomenale korting die Hans me aanbood.
Toen er een half jaar later een Getzen Eterna 900 uit de 80er jaren op marktplaats.nl stond heb ik die gelijk laten opsturen. Ik wist wel dat de Eterna's van deze generatie anders waren dan 't origineel maar zo groot kon 't verschil toch niet zijn dus de gok gewaagd.

Afbeelding

Werkelijk een geweldige toeter! Bijzonder makkelijk te plooien sound, de ventielen, nou ja, een droom. Alleen was 't toch niet je dat voor mij: om te beginnen, de blaasweerstand. Getzen Eterna's uit de 80's staan bekend om hun bijzonder lage blaasweerstand. Daar blijk ik dus niet mee uit de voeten te kunnen. In no time was ik leeggespeeld op dat ding, en daar de zuiverheid ook nogal te wensen overliet: de D en E in de notenbalk waren mij wel erg laag was ik blij dat ik dit instrument kon ruilen tegen een Conn 6B Victor. Duidelijk meer mijn ding.
Nu wilde ik echt 't naadje van de kous weten en heb alle posts van Brett Getzen op trumpetherald en trumpetmaster nagevlooid om uit te zoeken hoe dat nou zit met die Eterna's.
Welnu. Er blijkt geen verschil te zitten tussen pre jaren 80 Eterna's 900 en Etena model Doc Severinsen: De naamgeving loopt door elkaar heen. Alle Eterna's uit de tijd van Doc Severinsen hebben een serienummer dat met SK begind, de S van Severinsen. De jaren 80 Eterna die ik had had ook een SK nummer maar toen was Doc al weg bij Getzen, het ventielblok van mijn 80's Eterna was eentje uit de oude voorraad. De jaren 80 Eterna's hebben de steuntjes bij de leadpipe op een andere plek en hebben een anders gevormde beker.
Brett Getzen vertelde dat de post Severinsen Eterna's zo verschillend waren met 't origineel dat toen Snooky Young bij Getzen aanklopte voor een nieuwe toeter hij naar huis ging met een Eterna 700S, een instrument dat tussen de Capri's (student model) en de Eterna 900 (toendertijd hun pro horn) stond. Want zo meldde Brett Getzen, de 700S lag qua speeleigenschappen 't dichtst bij de oer Eterna's!
Nou zijn Getzen Eterna 900 trompetten al redelijk dun gezaaid in Nederland, de 700S kom je ècht bijna niet tegen..... Behalve hier op Trompet.nl een forumlid had zo'n ding laten stuiteren en wilde er van af. Nou, dat hoefde hij natuurlijk niet twee keer te zeggen want ik ben altijd wel in voor een experimentje dus liet ik hem 't instrument -van wat daar van over was- opsturen.

Benieuwd maakte ik het pakketje open en trof een toeter aan met inderdaad een zeer forse deuk in de beker, maar voor de rest in prima staat. Jammer dat alle buizen muurvast zaten maar daar heb ik zo mijn maniertjes voor: Gewoon wegbrengen naar Muller Muziek op de Raadhuisstraat in Amsterdam want die gasten krijgen àlles los. 

Op youtube heb ik 's zitten kijken hoe vaklui gedeukte bekers te lijf gaan en ik ben helemaal loos gegaan op het slachtoffer: eerst een primitieve wals gemaakt van de pistonpen van een motorfiets en met dat ding gekeken hoe ver ik zou kunnen komen. Na een half uurtje was de deuk al bijna verdwenen (Getzens hebben altijd van die lekkere dunnen bekertjes, daar duw je met je nagel zo een deuk in) en toen maar 's spelen want de buizen zaten dan welliswaar vast, de ventielen deden 't nog prima. Tot mijn schrik speelde 't instrument voor geen meter. Heel iel geluid, moeilijk laag spelen. Hoog ging daarentegen verrasend makkelijk en ook was de zuiverheid uitstekend dus dat bood nog enig perspectief.
Eerst maar 's dat ding naar Muller voor de finishing tough.

Afbeelding

Dat zag er al beter uit en omdat de buizen nu los zaten kon ik het instrument van binnen gaan schoonmaken. Was wel nodig ook want door de leadpipe kon je amper meer heenkijken...
Alles uitelkaar gehaald en 't instrument een dagje in een soppie met allesreiniger laten weken. Sjongejonge, dit had ik nog nooit meegemaakt!
Anyway, alles weer met vet inelkaargezet en toen kon 't grote trompetfeest beginnen en dat viel lang niet tegen!
De beker heeft een zgn slow taper, dus de tegenovergestelde vorm van een bugel: de beker loopt relatief lang cylindrisch door om pas aan 't eind omwijd te gaan. Nou heeft een Vincent Bach 37 ook een slow taper maar die past tenminste op een K&M driepoot trompetstandaard. De Getzen 700S beker zit gelijk klem op zo'n standaard, lastig met snel wisselen tussen bugel en trompet want je moet wel eerst even de standaard loswrikken :P
Even om denken dus. Een Harmon mute past op zich wel maar moet je er echt heel zorgvuldig opzetten anders lazert ie er bij de eerste noot weer uit.
Dat een dergelijke bekervorm zo zijn consequenties heeft op de sound die die beker zal afgeven is logisch; Hoe sneller de beker uitloopt des te donkerder de sound en omgekeerd. De Getzen 700S heeft mede daarom een opmerkelijk frisse heldere sound, allesbehalve donker. Gelukkig houd ik daar wel van dus 't zit mij niet in de weg.
De D en E in de notenbalk stemmen uit de kunst, bijna net zo goed als bij m'n Conn 22B!
Na de schoonmaakbeurt valt er ook prima laag op te spelen al gaat dat makkelijker op de Conn 22B. In eerste instantie dacht ik dat de G op de notenbalk aan de hoge kant is maar 't blijkt dat dat aan mezelf ligt: die komt er zoveel makkelijker uit dan op al mijn andere instrumenten dat ik mezelf een beetje moet inhouden. Opmerkelijk.

Al met al een waardevolle aanwinst voor mijn bescheiden collectie. Hier ga ik veel plezier mee beleven!

Gazelle Tour d'Lavenir en Champion Mondial Mod. G


Het zal zo’n 15 jaar geleden zijn dat Danny, mijn toenmalige collega bij fietsenmakerij Mac Bike op ‘t Waterlooplein een fransblauwe Gazelle Tour de L’Avenir zag staan en mij overtuigde die te kopen. Voor honderd gulden, een knappe prijs.
Een behoorlijk mooi ding! Chique met half verchroomde vorkpoten. En met oogjes op de patten, precies wat ik wilde want ik wilde een klassieke randonneur opbouwen voor mijn fietsvakantie plannetjes. De RIH Speciaal die ik nog had staan was eigenlijk een soort van randonneur maar die was wel erg zwaar, een Gazelle Tour de L’Avenir is tenminste gedeeltelijk met Reynolds 531 buizen gebouwd.
Nadere inspectie leerde dat het balhoofdlager nog gaaf was maar de trapas en de naven behoorlijk waren uitgewoond, voor een rijwieltechnicus met twee rechterhanden en een onuitputtelijke bron met nieuwe en tweedehands reserve onderdelen is dat natuurlijk geen bezwaar: Vol goede moed begon ik aan de revisie.
Eerst maar eens de wielen maken. Met verre reizen met bepakking in ‘t achterhoofd leek ‘t me verstandig om zowel voor als achterwiel over 4 te spaken, dan kan je voor zowel ‘t voorwiel als ‘t achterwiel de spaaklengte voor alle spaken gelijk houden: Spaak 15-14 302mm. Op ‘t frame plakte ik een bosje reserve spaken met kop en steekspaken zonder kop voor eventuele noodreparaties. Voor zette ik een Shimano DuraAce naaf, achter een lage flens Campagnolo Record met opschroef pignon. De velgen waren ouderwetse dubbel gebuste Mavic 36 gats velgen. Als banden monteerde ik Vredestein Perfect 28-622.
De originele Weinmann sidepull remmen achtte ik ongeschikt voor ‘t zware werk, die werden vervangen door achter een Mafac Racer en voor een Weinmann centerpull remhoef met Koolstop blokken. Als remgrepen monteerde ik Shimano 600 met de kabels ouderwets bovenlangs. De derailleurs werden gecommandeerd door Suntour Power Shifters op de onderbuis, de voorderailleur bleef de originele Suntour 7 en achter monteerde ik een Suntour VX Grand Tourismo, dat is de VX met lange kooi, zo kan je een langere ketting monteren en iedereen weet: Hoe meer schakels, hoe langer de levensduur.
‘t Crankstel stelde ik samen van een Sugino met Shimano steek van een slopertje met de wellicht wat merkwaardige combi 44-40, dat waren tandbladen die ik nog had liggen. Met achter een 7 speed pignon tot 28 tands kon ik fluitend alle bergen op, zo verzekerde mij een andere collega die vroeger gekoerst had.
In ‘t magazijn lag nog een gloednieuw lederen racezadel van ‘t merk Ideal, bagagerekjes en m’n Bluemell spatbordjes erop en ‘t feest kon beginnen!
Ik weet niet of ‘t nog steeds zo is maar vroeger kon je ook je eigen fiets meenemen als je met Cycletours naar Italie ging: de bus ging van Amsterdam naar Firenze en dat leek me ideaal want ik wilde graag mijn vrienden in Noord-Italie met een bezoekje verblijden: Wat zouden ze opkijken als ik nu eens niet met de motor maar op de fiets zou langswippen! Klein probleempje was dat de bus over de Apennijnen zou stoppen en ik juist vòòr die bergketen zou willen blijven. Om die over te steken zag ik best tegenop, ik had immers 0 ervaring met fietsen in bergen en wilde ‘t rustig gaan opbouwen en niet de eerste dag met bepakking en al over een bergpas moeten zien te geraken. Gelukkig kan ik niet slapen in autobussen en bracht de nacht al kletsend met de bestuurder door en die wilde me best even na Bologna op een parkeerplaats droppen. Voor mekaar!
Op de parkeerplaats bij een benzinepomp langs de Autostrade deden we onze pitsstop en daar stond ik 5 uur ‘s nachts de bagage op m’n fiets te laden. Al snel trok ik de aandacht van een goedgeklede heer die mij vroeg of ik hulp nodig had. Het werd mij snel duidelijk dat deze parkeerplaats ‘s nachts een heel andere functie had…. Maar gelukkig bleek de cursus Italiaans voor beginners die ik gevolgd had voldoende vocabulair opgeleverd te hebben zodat ik deze beste kerel op beleefde wijze kon afpoeieren.
Nu van de snelweg af zien te geraken en dat viel nog niet mee! Omdat de Autostrade een peage is staat er een hek omheen. Een behoorlijk hoog hek. In ‘t stikdonker reed ik over de vluchtstrook zonder licht richting ‘t zuiden op zoek naar een eerste de beste gelegenheid me in veiligheid te brengen want ‘t was zenuwslopend met al dat vrachtverkeer.
Bij een scheefgezakt verkeersbord zou ‘t moeten gebeuren: eerst gooide ik mijn bagage over ‘t hek, daarna de fiets en klom toen in ‘t verkeersbord en waagde de sprong. Dat ging allemaal goed en even later vervolgde ik mijn weg over een stoppelveldje, nam toen een karrespoor dat overging in een betonpad dat op een huis aankoerste. Wat een mazzel dat ik ‘t enige boerenerf in Italie opreed waar geen woeste kettinghond de boel bewaakt!
Ik was nu in ‘t plaatsje waar de uitvinder van de radiotelegrafie is geboren: Sasso Marconi en moest naar Reggio Nell’ Emilia want daar in een dorpje verderop woonden Lorenzo en Rosi. Nu denkt iedereen dat Noord-Italie vlak is als Lutjebroek maar dat blijkt toch tegen te vallen: Ik moest wel degelijk een behoorlijke puist overfietsen en kwam er op de vroege ochtend al snel achter dat voor deze jongen 40-28 een brug te ver is. Dat werd lopen. En dat is nog zwaarder dan fietsen. Dat zou ik in de toekomst toch anders doen maar daar had ik nou niks aan. De hele verdere vakantie zou ik dergelijk terrein vermijden, de remmen daarentegen waren uit de kunst.
‘t Weerzien met Lorenzo en Rosi was genoeglijk, na een paar dagen reed ik verder richting Piemonte om Piero en Marco en natuurlijk mama Carla te bezoeken.
Ergens halverwege de Povlakte begon m’n rechtercrank raar te doen: ‘t Voelde aan alsof ik met een kapotte spie reed alleen was ‘t crankstel toch echt spieloos. Het is de uitdging om zoveel mogelijk tweedehands onderdelen te monteren maar ik bleek de pech te hebben dat deze crank waarschijnlijk door een vorige eigenaar met veel te veel kracht is vastgezet (heren, 4 kg/m is echt genoeg hoor!): ‘t vierkante gat was te groot geworden voor de trapas; met als gevolg dat de trapas door de crank heenstak. Wat nu?
Net buiten een of ander gehucht zag ik een carrosserie werkplaats liggen en daar m’n probleem uitgelegd, of ik even uit een dikke carrosserie ring een vulplaatje mocht vijlen. Met hun gereedschap a.u.b. Geen probleem, vaklui herkennen mekaar over de hele wereld. Een half uurtje later de crankbout weer gemonteerd met daartussen de vulring en ‘t probleem was opgelost.
Met deze reparatie toch nog twee weken zonder probleem rondgefietst, ruim 1000 km afgelegd, niet slecht!
Weer thuisgekomen eerst maar ‘s een triple crankstel op de fiets gezet, nu 44-40-34. Dat zou ‘t bergbeklimmen een stuk aangenamer maken en dat zit er nu, vele vakanties verder nog steeds op.
De Tour de L’Avenir heeft me heel wat plezier bezorgd maar eigenlijk was ze me met haar 60 cm. twee cm. te groot. Omdat ‘t frame lekker kort is viel er wel prima op te fietsen maar toen een mattie van me met een oranje Champion Mondial 58cm. om zijn nek mij een bezoekje bracht ging m’n hart toch iets sneller kloppen: Al jaren droomde ik van een Champion Mondial, maar dan niet zo’n ordinaire A, AA of AB frame, die heeft iedereen al. Ik was op zoek naar een G frame, die zijn echt zeldzaam, met ‘n 100% Reynolds 531 frame + dito voorvork met oogjes op de patten en een wat luier stuurkarakter, meer bedoeld als exclusieve lichte tourfiets en laat zijn buurman zo’n fiets nèt bij ‘t grofvuil te hebben gezet!
Twee weken terug alles van m’n trouwe Tour de L’Avenir afgehaald, op de trapas en balhoofdlager na en overgezet op het nieuwe frame, gelijk van de gelegenheid gebruik gemaakt remgrepen te monteren met remkabels binnendoor. De originele Mafac Racer remhoeven heb ik laten zitten, die horen er gewoon op en remmen goed genoeg.
Hoe ‘t rijdt?
Nou, ‘t is wel effe wennen! ‘t G frame is niet bepaald een raceframe…. Rechtuitstabiliteit is uit de kunst en de wendbaarheid voldoende al is ‘t een stuk minder levendig dan de Tour de L’Avenir. Ben benieuwd wat dat in de bergen doet met afdalingen, wie weet komt ‘t er nog ‘s van. Voorlopig heb ik daar een ander fietsje voor nl. de Koga Roadspeed.”
De Champion Mondial type G van Theo
Update! Afgelopen Pasen hebben we een rondje Ardennen georganiseerd en ik ging mee als mechanieker op de bovenstaande Champion Mondial. Omdat ‘t in de Ardennen niet alleen bergop gaat maar zeker ook bergaf kon ik mooi de rijeigenschappen van dit stalen ros aan een nader onderzoek onderwerpen.

Welnu, de Mafac remmen voldoen uitstekend (anders had ik hier niet gezeten en afdalen met bepakking blijkt geen zenuwslopende activiteit te zijn: Met snelheden van boven de 60 km. per uur blijft de fiets makkelijk te controleren. Tenminste, zolang je je handen niet van ‘t stuur haalt! Want zodra ‘t stuur losgelaten wordt begint ‘t frame te zwabberen en ‘t voorwiel alle kanten op te slaan. Nou is dat bij afdalen natuurlijk geen probleem want dan moet je zowiezo je vingers bij de remmen hebben, maar ook op vlak terrein kan je met bagage maar beter niet al fietsend een banaan uit je koerstruitje vissen……


Waarschijnlijk is 't te wijten aan onbalans veroorzaakt doordat ik voor de vakantie het zadel vòòr de pen heb gezet om de voor mij veel te lange top tube te compenseren. Voordeel is wel dat 't frame een stuk levendiger is geworden. Daarom laat ik 't ook maar zo.

Al met al was ik blij dat ik met deze fiets ‘t avontuur ben ingegaan en niet met de Koga: De spatborden bleken gezien ‘t weer van onschatbare waarde!


Batavus Professional eind jaren 70


Batavus, ‘t merk dat de fietsenmaker bij ons op dorp voerde. Mijn Bordeaux-rode Batavus Bato die me iedere dag trouw naar school en terug naar huis vergezelde, alsmede ontelbare kilometers naar de dancings, jeugdcentra en kermissen in de omliggende dorpen. Sweet memories!
Jaren later vond ik een verlaten Batavus Professional in ontredderde staat langs de weg: de kapotjes van de tubes hingen half vergaan uit de banden en er lag een dikke laag algen op de framebuizen. Al tijden was ik op zoek naar een vervangende fiets: mijn Bianchi Campione del Mondo 1973-1974 is weliswaar heel mooi, maar twee cm. te groot en we weten allemaal: van een kleine fiets kan je een grote maken, van een grote geen kleintje…… Nooit heb ik dus ècht lekker op de Bianchi gefietst en toen bleek dat de Batavus precies pas was (volgens de beproefde methode Merckx: 2 x binnenbeenlengte gedeeld door 3) had ik ‘t vermoeden goud in handen te hebben! De Batavus was in -voor zover ik kon beoordelen- 100% originele staat: Afgemonteerd met een complete Shimano Dura-Ace 5 speed groep, precies zo een als de Koga’s in hun 1977 folder. (downloads kan je vinden op de Koga site) en tubes.

Theo met zijn Batavus
Thuis eerst maar ‘s de gehele fiets gedemonteerd. Dat was een makkie want hoewel er duidelijk jaren niet op gefietst was en buiten had gestaan kwam alles makkelijk los: Een goed teken want ondanks alles toch goed onderhouden. Omdat ik van beroep rijwiel technicus ben en ik er vreugde in schep om alles zelf te maken en zoveel mogelijk te reviseren bood deze fiets mij ongekende mogelijkheden. Van dit ding wilde ik een praktisch vervoermiddel maken die ik zowel hier in ‘t vlakke Noord-Holland als in ‘t bergachtige Noord-Italie zou kunnen inzetten.
De wielnaven bleken te zijn uitgewoond net als de onderste lagerschaal van ‘t balhoofd. Omdat de bovenkant van ‘t balhoofdset nog goed was heb ik alleen de onderkant vervangen voor een Shimano 600 setje, dat ziet er ‘t zelfde uit maar weegt ietsjes meer. De trapas bleek in zo’n goede staat dat ik ‘m weer terug gezet heb met alleen nieuw vet in de lagers. Wel verzet ik ‘t crankstel in zo’n geval altijd een kwartslag zodat relatief ongebruikt lager materiaal belast kan worden.
Mensen die de moeite hebben genomen om de foto te bestuderen zullen terecht opmerken dat ik bepaald geen ‘orginalista’ ben. Zo heb ik nieuwe wielen gemaakt met een oude Ultegra 32 gats voornaaf, achter zit nu een Shimano Deore naaf van 15 jaar terug, zoeentje die nog zo mooi gepolijst is die ik heb geüpgradede met een 9 speed cassettebody: Geen probleem voor een oude stalen fiets want de inbouwbreedte van ‘n stalen frame is eenvoudig aan te passen. In de wielen zitten nu antracit Mavic velgen voor draadbandjes.
Ik ben zeker geen krachtsmens en heb dus voor in de bergen een 48-33 compakt crankstel gefabriceerd uit een oeroude moutainbike tripple. In Nederland zet ik er dan weer een 48-39 Suntour Blaze crankstel op, fluitje van een cent. Als pedalen gebruik ik Speedplay. Niet goedkoop maar wel supergoed. Aanradertje!
Ten slotte heb ik de originele Dura-Ace stuurpen vervangen door een SR Forced met een iets kortere voorbouw . Als stuur zit er nu een 3TTT op met Saccon remgrepen met de remkabels ‘binnendoor’. Niet bepaald origineel voor een fiets van voor de 90′s maar wel zo strak; bovendien remmen de Dura-Ace hoeven nu nòg beter want doordat de kabels binnen ‘t stuurlint lopen is er een stuk minder beweging dus betere remkracht. Best wel lekker in wilde afdalingen. Remschakel grepen vind ik lelijk en onnodig voor een amateurtje als ik. Schakelen op de buis gaat prima, bovendien ben je dan niet afhankelijk van de conditie van de derailleurs: Er wordt immers zonder index geschakeld. Als zadel een Brooks Professional met van die grote koperen nagels. Wat mij betreft ‘t beste zadel ooit gemaakt.
Hoe ‘t rijd? Ik weet nog hoe ‘t voelde toen ik een proefritje maakte: ‘t was alsof ik een handschoen aantrok…. Helemaal te gek. 100% beter dan m’n Italiaanse collectors item. Voor mij nooit meer iets anders!

Hoewel................ Zeg nooit nooit! (zie Koga Miyata Roadspeed '81)