dinsdag 16 augustus 2011

Prei, wat te doen?



Prei is een ondergewaardeerde groente: Gekookt wordt ie slijmerig, rauw is 't te scherp, de meeste mensen gooien de helft van de plant in de schillenbak; eigenlijk is prei alleen geschikt om de sofrito voor de groentesoep of risotto wat meer body te geven.
Maar wat is dat toch jammer. Want prei is heel gezond, 't is tenslotte een neefje van de ui, bovendien groeit ze het hele jaar door op de koude grond -zo is er lenteprei, zomerprei en winterprei (in de herfts wordt gewoon late zomerprei of vroege winterprei geoogst)- kortom, een altijd zeer betaalbare groente!
Omdat ik laatst met een behoorlijke lading prei werd opgescheept ben ik 's wezen grasduinen op 't net om inspiratie op te doen hoe deze stapel te verwerken.
Kwam ik al snel op ovenschotels met gehakt, witvis, noem maar op maar die recepten trokken me niet echt aan: met gehakt wordt 't al heel gauw heel zwaar en de meeste witvis mag niet meer volgens de viswijzer. Maar deze recepten boden me wel een handvat om zelf tot iets te komen:
Prei met aardappelen, achterham en besciamelsaus uit de oven.
Eerst zetten we de oven aan, die verwarmen we voor op 180 graden. Van de preiën snijden de losse bladeren van 't witte stuk en wassen deze zorgvuldig, daar zit altijd veel zand of aarde in! Van de witte stukken snijden we de worteltjes en die gooien we weg, net als verdroogde groene stukken.
In een pan licht gezouten water koken we witte en groene delen van de prei, samen met schijfjes aardappel 10 minuten.
Ondertussen maken we de besciamella: we smelten een stuk roomboter en terwijl dat lekker bruist roeren we daar een theelepel zout en een eetlepel bloem doorheen. Als de bloem door de boter is opgenomen voegen we beetje bij beetje melk toe tot een gladde saus ontstaat.
Met een schuimspaan scheppen we de gare prei en aardappel uit 't water en rollen de witte stukken in een plakje achterham. Van de groene losse bladeren maken we een rolletje die we ook omhullen met een plak ham.
De rollen draperen we in een ovenschaal, de schijfjes aardappel gaan daar overheen en de saus gieten we over alles heen.
Dan de ovenschaal boven in de oven en na 15 à 20 minuten zal zich een fraai bruin korstje gevormd hebben.
Ruk nu een lekkere fles rode wijn open en val ongenegeerd aan…..
Smullen maar!

En dan is errrrrr: Koffie!


Menig tourist heeft zich verbaasd over hoe gemakkelijk 't is om in Italie aan de bar een fatsoenlijk bakkie koffie te krijgen. Okee, 't smaakt dan wel anders dan de lauwe klets van thuis, eh, anders? Eigenlijk veeeeel lekkerder! Niet zo gek want hoewel Hollandse koffie lekker ruikt is de smaak vaak niet eens een slappe afspiegeling van die geur. Hoe kan dat nou?
De koffie die je in Italie aan de bar bestelt wordt op een heel andere manier gezet als de voor ons –nog steeds!- normale manier van koffie opgieten, al dan niet met de hand. En dat niet alleen, de koffie wordt in Italie ook nog 's anders gebrand en anders gemalen.
Aan de bar in Italie wordt espresso gemaakt: een machine perst 't hete water onder hoge druk (14 Bar of meer) door de koffie heen, de koffiebonen zijn zo gemalen dat dit water onder deze omstandigheden optimaal smaak –en geur- van het maalsel kan opnemen.
Omdat echte espresso apparaten behoorlijk kostbaar zijn schaft menig tourist uit arre moede dan maar zo'n geinig aluminium diabolovormig koffiezetapparaatje aan in de veronderstelling dat je daar thuis op je gasstel op eenvoudige wijze espressokoffie kan maken: 't komt uit Italie dus gaat dat helemaal goed komen!
Maar wàt een teleurstelling als je dan eenmaal thuis aan de gang gaat! Heb je ook nog 's echte espressokoffie bij Appie gekocht en dan blijkt 't product een metalig zuur brouwsel te zijn, nog beroerder dan koffie uit 'n Senseo.
Logisch, want 't apparaatje is geen espressoapparaat, 't is een 'cafetiere' ook wel 'moka' genoemd en 't is ontworpen om cafè mee te maken, geen espresso.
Zoals reeds gezegd wordt bij een espressoapparaat het hete water onder hoge druk door de gemalen koffie geperst. Dat is de reden waarom je nooit smakelijke koffie in een cafetiere kan zetten met dat soort koffie want een moka kan nooit de benodigde druk opbouwen die nodig is om smakelelijke koffie te maken met koffie die een espresso-maling heeft. Die is nl. behoorlijk fijn….. De maling voor in de cafetiere is simpelweg grover want 't water wordt met een veel lagere druk door de koffie heengeperst; met espresso maling in een cafetiere blijft 't hete water te lang in de prut waardoor 't smaken opneemt waar een liefhebber van lekkere koffie nou nèt niet op zit te wachten.
Okee denk je dan, dan doen we toch minder koffie in 't houdertje?: dan heft dat mooi bovenstaand probleem op. Maar dat blijkt ook niet te werken want dan heeft het resultaat gebrek aan struktuur en smaakt ze waterig, en da's nou ook weer niet de bedoeling. In Italiaanse supermarkten kan je daarom van ieder merk koffie twee pakken met ieder een andere maling in 't schap kan vinden: eentje voor espresso apparaten en eentje gemalen voor de cafetiere.
Helaas is dat niet 't geval in Nederland want hier bepalen de grootgrutters wat we moeten kopen en daar hoort koffie voor in de cafetiere niet bij.
Wat nu? De cafetiere inleveren voor de braderie van de dorpsfanfare en sparen voor een Vibiemme? Zou ik niet doen. 't Is niet voor niets dat 'barista' in Italie een beroep is waar een professionele opleiding voor is: 't Valt echt niet mee om dat thuis te evenaren.
Beter kan je een koffiebonenmaler kopen en experimenteren tot je de ideale maling hebt gevonden voor in de cafetiere. Want je kan wel degelijk goede koffie maken met zo'n dingetje, bovendien kan je een cafetiere overal meeslepen dus kan je ook onderweg genieten van lekkere koffie. Maal je gewoon wat koffie van te voren.
En 't grootste voordeel voor thuis is nog wel dat er niks gaat boven versgemalen koffie: oneindig veel lekkerder dan voorgemalen koffie.
Dan moeten we alleen nog even leren hoe we koffie moeten zetten in een moka.
Eerst maar 's zo'n ding uitelkaar schroeven: er zijn drie onderdelen te weten het onderste gedeelte. Daar moet water in. Tot boven 't veiligheidsventiel. Dan 't tweede onderdeel, waar de koffie in gaat. Dat moet helemaal vol en zelfs een beetje aangestampt worden.
Vandaar dat die dingen van klein tot groot te koop zijn. Want om één kopje te zetten heb je een kleintje nodig en om 't hele gezin van koffie te voorzien een grotere. Spaar ze allemaal!
Als laatste't bovenste gedeelte waar de koffie uiteindelijk in belandt, deze wordt hermetisch afgesloten door een rubber pakking die natuurlijk perfect in conditie moet zijn. Die ringen zijn overigens in iedere betere potten en pannen winkel te koop dus als de ring versleten is is er geen man overboord.
Okee, 't water zit erin, de koffie lichtjes aangestampt tot de nok. Nu met een droge vinger de rand schoonvegen zodat er geen koffiekorrels meer opliggen die de pakking zouden beschadigen. Draai nu 't bovendeel er stevig op en zet de moka op een kookplaatje of op een passende pit op 't gasstel. Vuur niet te hoog anders verbrand 't handvat.
Op laag vuur duurt 't ongeveer 5 minuten voor een pruttelend geluid uit de cafetiere komt. Til voorzichtig het deksel op. Vol? Gas uit. Halverwege? Gas laag en nog even wachten. Voor het uitschenken de koffie in de moka even doorroeren.
Na gebruik 't apparaatje uitelkaar halen en de onderdelen uitspoelen met water, geen zeep gebruiken. De moka alleen inelkaar geschroefd wegzetten als alle afzonderlijke delen echt droog zijn.
Cafetieres zijn er in aluminium en rvs. Ik gebruik zelf die van aluminium. Die geven wat mij betreft het beste resultaat. Koffiebonen zijn eenvoudig on line te koop maar ook menige supermarkt heeft goede italiaanse bonen. Welke de lekkerst zijn? Testing One Two Tree!
Aan de slag en wordt een heuse thuisbarista!

Last minute spaghetti


Spaghetti Aglio, Olio e Peperoncino.


Spaghetti Aglio etc. is ‘t eenvoudigste Italiaanse recept dat er is, niet voor niets is het een populair gerecht bij Italiaanse vrachtwagenchauffeurs in ‘t buitenland;  met een minimum aan ingredienten kunnen ze onderweg toch een smakelijke en gezonde hap bereiden.
‘t Idee is dat je een saus maakt van warme olijfolie, verkruimelde gedroogde spaanse pepertjes en platgeslagen grofgesneden tenen knoflook die je zo over de net afgegoten spaghetti kiepert. Eenvoudig en makkelijk: 1 gaspitje is genoeg. De ingredienten zijn houdbaar en water is overal te koop.
Laatst wilde ik iemand tippen over dit gerecht en tikte ‘t in bij Google. Een linkje sturen is nou eenmaal superhandig dus openede ik de eerste de beste nederlandstalige suggestie van de bekende zoekmachine.  Dit is ‘m: http://www.dolcevia.com/nl/italie-culinair/italiaanse-recepten/pasta-gnocchi-risotto/853-spaghetti-aglio-olio-e-peperoncino-met-olie-knoflook-en-rode-pepers
Best aardig uitgelegd maar ik mis nou nèt dat ene truukje om de knoflook niet te laten verbranden.
Want hoe voorkomen we dat de knoflook niet verbrand als we de olie verhitten? Verbrande knoflook wordt nl. oneetbaar bitter en heeft reeds menig gerecht verpest……
Mijn truuk is als volgt.
Als ik pasta kook doe ik dat altijd in een pan met een deksel erop. Niet alleen hoef je dan je vuur niet zo hoog te zetten om de zaak aan de kook te houden maar tevens voorkom je dat je keuken verandert in een soort van sauna. Door een koekepan met daarin de olie, platgeslagen & gesneden knoflook en pepertjes als deksel op de pastapan te gebruiken sla je 3 vliegen in 1 klap; De koekepan wordt ahw au bain mari verwarmt, de olie wordt zo heet genoeg om zeer veel smaak uit de knoflook te trekken zonder gevaar op verbranden en je kan de koekenpan ook nog ‘s als opdienschaal gebruiken, scheelt weer afwas!
Anyway, pasta al dente koken, afgieten en in de koekepan storten. Smullen maar!
Niet te kinderachtig met de pepertjes, geen kaas erover –‘t gerecht heeft echt smaak genoeg- en frisse rode wijn erbij. Koekepan later uitdweilen met brood of als saladeschaal gebruiken want dat restje olie op de bodem is o zo lekker!

jam van groene tomaten, kan gewoon!

Door 't bar slechte weer van afgelopen weken -we schrijven september 2010- zijn m'n tomatenplanten ziek geworden en begonnen de tomaten die nog steeds groen waren (!) te rotten.
Wat nu? De hele oogst naar de klote? Of zou er toch een maniertje zijn om de groene tomaten, althans, wat daar nog van over was, te verwerken tot iets zodat we ze tòch zouden kunnen eten?
Even Google ingeschakeld en verdomd: je schijnt jam te kunnen maken met groene tomaten!
Dus vandaag gelijk alle tomaten van de planten gehaald, de rotte plekken ruim eruit gesneden, de stukken tomaat aan hele kleine stukjes gesneden en de oogst gewogen: 2800 gram.

De recepten die ik op Google gevonden had zijn nogal time consuming: de één sprak over 'de tomaatstukjes onder water zetten en zo lang inkoken tot 't dik genoeg is voor jam' ; nou, dat kan lang duren lijkt mij want voor je een liter of 5 aan vocht (want dat zal je toch echt moeten toevoegen voor die zooi onder staat) hebt ingekookt zijn we wel een dag verder..... En een ander wilde dat je de tomaatstukjes samen met een uitggeperste citroen en de suiker 24 uur afgedekt op een koele plaats wegzet. Alsof we niks beters te doen hebben.

Ik heb 't geprobeerd op de traditionele manier: vruchten -in dit geval dus groene tomaten- wassen en in stukjes snijden. Langzaam af en toe roerend met 't aanhangende water aan de kook brengen  en vervolgens de massa 3/4 deel inkoken.
Ik heb me in zoverre aan 't recept gehouden door 't sap en 't vruchtvlees van 1 citroen en een snufje zout -dat maakt de smaak los- toe te voegen.
Als de massa voldoende is ingekookt -duurt ongeveer twee uurtjes- suiker toevoegen: op 1 kg vruchten 3/4 kg witte suiker, geen geleisuiker!!! De massa weer aan de kook brengen en een half uur regelmatig roerend verder inkoken. Nu met de lepel een paar drupjes jam op een bord druppelen, die laten afkoelen en kijken of die niet verder uitvloeien als je 't bord op z'n kant houdt.

Als de druppels blijven liggen dan jampotjes vullen. De glazen potjes met 'Twist-off' deksels -gebruikte Hak potjes en oude La Bonne Mamma jampotjes- tijdens het jam maken in zo heet mogelijk water met een beetje afwasmiddel schoonmaken en omgekeerd laten uitdruipen. Niet afdrogen!
Tot de rand vullen, deksel er stevig opdraaien en omgekeerd neerzetten. Als de laatste vol is dan de nog hete potjes met warm water afspoelen en vervolgens met het deksel naar boven neerzetten.
Bij het afkoelen neemt de jam steeds minder volume in en trekt de luchtbel onder 't deksel vacuum: Voila, de jam is nu jarenlang houdbaar mits donker bewaard.
Als 't deksel bol staat of in ieder geval niet hol dan de jam in de koelkast zetten en oppeuzelen.

Resultaat: 2,8 kg tomaten zijn verwerkt in 8 Hakpotjes tot een griezelig groen uitziende heldere jam die overigens uitstekend smaakt op een geroosterde boterham...

Ingestortte cake?

Cake, altijd een tractatie.... Maar dan moet ie wel lukken!      


Van de moeder van een collega kreeg ik eens een Phillips keukenmachine. Eentje uit de jaren 70. Van plastic.  Zo’n ding waar een beetje culi zijn neus voor ophaalt: Die kan nl. alleen excellereren met een rvs Kenwood of liever nog een Kitchenaid van honderden euro’s.
Maar de Phillips presteert echt goed genoeg; hij klopt, hij kneedt, je kan er een blender opzetten en een schijf om wortellen mee te raspen. Bovendien wassie gratis! Voor deze jongen dus voorlopig effe niks anders.
Gemak dient de mens tenslotte, en een cake bakken –roerdeeg- is zonder machine een vervelend werkje want ‘t roeren van de eieren met de suiker duurt best wel lang.
Wat ook vervelend is, is bakvormen invetten. Daar houd ik niet van en gelukkig hoeft dat ook niet meer want al weer een paar jaar zijn er bakvormen van siliconen in de handel. Deze flexibele vormen zijn er in de wildste kleuren en kunnen temperaturen tot ruim 200 graden aan. ‘t Gebak bakt nooit aan en ‘t schoonmaken is echt een fluitje van een cent.
Ook ideaal voor soufflé’s, gebakken piepers en gebraden kip.
Kopen dus als je ze nog niet hebt; ze zijn echt niet duur en ze gaan ook nog ‘s heel lang mee!

Bij gebak dien je je aan ‘t recept te houden anders mislukt ‘t gegarandeerd. Deze cake zal zekers te weten lukken omdat we de ingredienten niet gaan afwegen op een weegschaal maar met een (yoghurt)bekertje van 125 cc oftewel 1/8 l.
1 bekertje = 1 deel.

We mixen 1 1/2 deel suiker met 3 verse eieren. Ongeveer 10 minuten op stand 2. Voeg ook een mespuntje zout toe en een mespuntje gedroogde gemalen spaanse peper.
Ondertussen mengen we 3 delen (gezeefd volkoren) meel met 1 theelepel bakpoeder goed door elkaar.
Dan zetten we de mixer op stand 1 en gieten we langzaam 1 deel olijfolie (!) door de suiker/ ei massa, daarna 1 deel yoghurt.
Als we nu een homogeen mengsel hebben zetten we de mixer uit en zeven ‘t meel boven de beslagkom. ‘t Meel scheppen we met een houten lepel door ‘t beslag.
Nu gieten we ‘t beslag in de siliconen bakvorm en bakken de cake in 45 minuten in een matig warme oven.

Als de cake na ‘t bakken flink is gerezen maar bij ‘t afkoelen in de oven instort heb je de oven te heet gezet. Vroeger bakte ik deze cake altijd in een wonderpan op een vlam ter grootte van een erwt, maar sinds ik een nieuw gasstel heb met hoog rendement branders werkt de wonderpan helaas niet meer. Dus moet ik nu de oven gebruiken en ‘t bleek na heel wat geexperimenteer dat ik deze electrische oven vooral niet moet voorverwarmen en de thermostaat op 150 graden dien te zetten.
Op zich is dat vreemd want in iedere handleiding staat dat je de oven moet voorverwarmen en cakes moet bakken op 175 graden. Maar ala, we zijn eruit: Lang leve ‘t internet voor de gouden tip!

Zie bovenstaand recept als een basis. Want je kan er een appel cake van maken door stukken goudreinette mee te bakken. Je kan vanille, krenten, stukken gember, gehakte noten of bittere chocola etc etc. toevoegen, je kunt ‘t zo gek niet bedenken.

En net als bij alle andere cakes: The Day After is ze nog veel lekkerder.

Bigos maar dan een beetje anders

Op avontuur met de Allerhande.....


Wie wel eens een boodschap heeft gedaan in een van de supermarkten van Albert Heyn is ‘t vast wel eens opgevallen: Grote stapels tijdschriften in vierkleurendruk gratis mede te nemen. De ‘Allerhande’. Een vrij tuttig reclameorgaan van Appie zelf met daarin allerlei al dan niet nuttige informatie over de producten die Albert Heyn zoal te koop aanbiedt en recepten.
De recepten daar wil ik ‘t over hebben. De recepten zijn gerelateerd aan de seizoenen of naderende feestdagen en da’s best handig! Want nu kan je je eenvoudig laten inspireren tot het bereiden van gerechten die geheel in de geest van ondertekende (ik dus) zijn: Ik ben heel erg voor ‘t gebruiken van de groenten die op dat moment (liefst) van de koude grond zijn. Niet alleen omdat groente en fruit van ‘t seizoen op dat moment ‘t lekkerst zijn maar zeker ook omdat die dan ‘t goedkoopst zijn. Dan houden we mooi geld over voor bijvoorbeeld een knappe fles wijn ofzo.
Dus rood fruit en peultjes in de zomer, pruimen en slabonen in de nazomer, goudreinetten, stoofperen en kool in de herfst en winter enz enz. Er is overigens een handige website voor dit soort zaken nl.  De Groente en Fruit kalender. Hier te vinden: http://www.milieucentraal.nl/Domeinen/Algemeen/Files/HTML/groentefruitkalender.html.
De Allerhande van de afgelopen herfst doorbladerend viel mijn oog op Bigos, Bigos is een traditioneel Pools en Litouws gerecht. Het is een stoofpot van witte kool, zuurkool en vlees, een jachtschotel. In de versie van Albert Heyn (hier even ‘t originele recept: http://www.kookjij.nl/recept-bigos-pools-koolgerecht) zat onder meer rookworst en daar houd ik niet van, ik krijg er ‘t zuur van. Maar op zich vond ik ‘t een intrigrerend recept en wel hier om, altijd leuk om weer ‘s een alternatief zuurkool recept uit te testen.
Wel heb ik het een en ander veranderd + de bereiding vereenvoudigd.

Bigos maar dan anders!

Omdat ik ‘s winters altijd een groene savooiekool in huis heb –die gebruik ik voor de Cavolo Nero soep- ben ik zo vrij geweest de traditionele witte kool te vervangen voor zeer fijngesneden groene kool. Voorts heb ik de pruimen vervangen door tutti frutti met sultana’s en de gewone zuurkool voor een pakje -= 500 gram- wijnzuurkool uit de supermarkt. De rookworst is vervangen voor een handje vol pancetta dobbelsteentjes.
De volgorde van bereiden is ook anders. Ik vind ‘t originele recept nogal bewerkelijk. Nergens goed voor.

Fruit in een pan met een dikke bodem in een scheut olijfolie een zeer fijngesneden ui, als de ui zacht begint te worden voeg dan twee platgeslagen tenen knoflook toe alsmede een verkruimeld gedroogd spaans pepertje en ‘t handje vol pancetta. Een handje vol is genoeg want gefruitte pancetta heeft zeer veel smaak.
Tijdens dit fruiten hebben we mooi de tijd om een kwart savooiekool aan hele dunne reepjes te snijden. Die fruiten we af en toe omscheppend mee.
Ondertussen warmen we de gietijzeren braadpan op en snijden we 4 ons vette stooflappen aan stukken ter grootte van een lucifersdoosje. Die braden we aan op hoog vuur in boter of gehakballenvet, net wat voor handen is. Als al ‘t vlees dichtgeschroeid is zijn de groenten in de andere pan klaar en leggen we ‘t vlees op die groenten.
De gietijzeren pan heeft nu op de bodem allerlei aanbaksels die we gaan verwijderen door er twee glazen rode wijn in te kieperen, vuur hoog en de aanbaksels losroeren met een houten lepel. Als de wijn kookt en de aanbaksels erin opgelost zijn gieten we dat in de andere pan. Dan leggen we de zuurkool boven op ‘t vlees en daar weer bovenop de tutti frutti en de sultana’s en om ‘t helemaal af te maken een paar laurierblaadjes.
‘t Deksel erop en ‘t vuur half hoog, wachten tot de kook over ‘t gerecht gaat. Als ‘t kookt een sudderplaatje onder de pan en ‘t gerecht minstens drie uur zachtjes laten stoven.
Af & toe checken of ‘t gerecht nog nat genoeg is, anders een beetje water toevoegen.
Na een uur of drie proeven of er nog zout bij moet.
Volgens Albertus is dit gerecht heeeerlijk met ‘stevig bruin brood’. Wij aten ‘t met zilvervliesrijst uit de Provence.
Gewoon niet normaal –om met Wim T. te spreken- zo lekker. En de dag daarna was ‘t nòg lekkerder dus gingen we in de repeat.
We dronken er een niet te koude rose uit Noord-Italie bij. Gaat prima met die prak.
Overigens denk ik dat ‘t ook heel goed te combineren is met wat voor kruidige witte wijn dan ook.
Met rood ging ‘t niet zo. Die fles werd een paar dagen later soldaat gemaakt.

Zo zie je maar. Ook de ordinaire reclameblaadjes van onze grootgrutter bieden tòch stof tot nadenken en kunnen ons immer weer verleiden tot grootse culinaire avonturen.
Houdt de deuren open!

scherpe messen....

Dat menig culinair uitstapje voortijdig is gestrand op botte keukenmessen  is bekend, daarom is het ook zo’n gemiste kans van de RVU in de uitzending van ‘De Wilde Keuken’ met de immer jolige Wouter Klootwijk (hier na te zien: http://sites.rvu.nl/page/7134/nl ) dat dààr niet wat dieper op in gegaan is.
Giselheid Herder, kleindochter van de en thans de beroemde messenmaker uit Solingen stelde waar een keukenmes aan moest voldoen: Hij moest vooral schèrp zijn. Ja! Ja! Ja! kraaide Woutertje het uit terwijl het kwijl hem de mond uitliep; wat zou tie graag over de duitsche juffrouw heen zijn gegaan!
Giselheid heeft natuurlijk helemaal gelijk. En wat fijn dat zij een vlijmscherp keukenmes produceerd nl. het model Lignum 3, een santoku (het japanse woord 'Santoku' betekend letterlijk "drie goede dingen" (Three Virtues) en dit geeft aan dat het mes geschikt is voor zowel vlees, groeten en vis) gemaakt van koolstofstaal –dus niet roestvast staal) met een kersehouten handvat en drie grote nagels.
Vlijmscherp komt ‘t uit de verpakking,  1-0 voor Giselheid. Maar door gebruik verliest ieder mes vroeg of laat zijn scherpte, of ‘t mes nou van ijsgehard roestvast staal is of van koolstofstaal. En daar begint de ellende.
Want hoe krijg je je mes weer optimaal in shape?
Gewoon naar een slijperij brengen is eigenlijk geen optie: afhankelijk van de drukte ben je je mes –toch een zeer belangrijk stuk gereedschap!- een of meerdere dagen kwijt en da’s niet fijn, zeker niet als je je aan je mes bent gaan hechten want kokkerellen met een goed keukenmes is iets fantasties en werkt helaas verslavend….
Voorts is niet elke slijperij een goed plekje om je kostbare gereedschap –de Lignum 3 kost om en nabij de 100 euro!- heen te brengen: wie een tijdje heeft staan kletsen met een kok of slager krijgt altijd horror verhalen te horen over hoe die typhuslijers van een slijpers hun messen vernacheld hebben.
Je zal ‘t dus zelf moeten leren. Bovendien, als je ‘t zelf kan kan je je messen ook onderhouden en geloof me, een scherp mes scherp houden is veel makkelijker dan een stomp mes slijpen! Japanse koks controleren iedere dag na het werk hun messen en zetten ze aan of wetten die op tijd zodat ze altijd verzekerd zijn van scherp gereedschap want daar hebben we het feitelijk over.
Gelukkig is ‘t bijhouden van je keukenmes niet moeilijk. Wat je nodig hebt is de achterkant van een porcelijnen schoteltje of bord. De rand waar ‘t bord op staat is niet geglazuurd en bestaat uit heel fijn keramisch materiaal. Als je merkt dat je mes niet meer ze lekker door die tomaat heenzakt is het tijd om een bord omgekeerd op tafel te leggen en als het ware een schil van het keramisch materiaal af te snijden: houd het mes in een hoek tussen de 10 en de 15 graden en ‘snij’ over de gehele lengte van ‘t lemmet. Bij dubbelzijdig geslepen messen zoals gewone koksmessen en santoku messen moet je natuurlijk beide kanten een beurt geven.
Twee of drie halen zullen wel genoeg zijn; je kan ‘t checken door even ‘t mes haaks op je duimnagel te zetten en dan je duim weg te bewegen. glijd je duim zo weg dan is ‘t mes niet scherp en zal je door moeten gaan tot ‘t mes weer scherp is.
Als ‘t mes echt stomp begint te worden is ‘t beter om met een slijpsteen aan de gang te gaan. Er zijn enkele en dubbele stenen te koop: de dubbele hebben een kant met grove korrel en een kant met fijne. Enkele stenen heb je in alle soorten korrel: Hoe hoger ‘t getal des te fijner de korrel.
Grove stenen gebruik je alleen als je een beschadigd mes wilt repareren, bijvoorbeeld als er een hakkel in ‘t snijvlak zit omdat je met je wilde kop met je santoku een botje hebt proberen te klieven….
Met fijne stenen slijp je het mes scherp. Hoe fijner de korrel des te mooier ‘t resultaat.
Er zijn slijpstenen –ook wel wetstenen genoemd- die nog fijner zijn dan ‘t keramisch materiaal achter op je soepborden. De echte liefhebber zal die dan gebruiken en niet ‘t bord. Maar voor ons simpele zielen geeft een bord al een heel aanvaardbaar resultaat maar bedenk wel: Oefening baart Kunst!
Als je met slijpstenen in de weer ga: NOOIT olie op de steen gieten!! Slijpstenen voor gebruik 5 minuten in WATER leggen en tijdens ‘t slijpen dan wel wetten de steen nathouden en ‘t papje dat ontstaat NIET wegspoelen maar lekker gebruiken voor een nog beter resultaat.
Op het internet staan allerlei filmpjes over hoe een mes te slijpen: http://www.knivesandtools.com/nl/movie/default2.htm?MovieId=11 en natuurlijk deze: http://www.youtube.com/watch?v=rTxFtK4shVY met een leuk muziekje op de achtergrond!
Niet alleen duidelijk wat er gebeurd maar ook een heel goed filmpje omdat het nòg een belangrijk aspect van het slijpen van messen behandeld: De steen dient vlak te zijn en om de zoveel tijd te worden gevlakt. Dat gaat eigenlijk ‘t makkelijkst met slijpkorrels en een dikke glasplaat.
Zoals gezegd: Oefening baart kunst. En oefenen gaat natuurlijk lekkerder met een goedkoop mes, dan kan je nog ‘s een foutje maken zonder dat je daar de hele nacht van wakker ligt….
En als dan blijkt dat je ‘t onder de knie hebt kan het zomaar zo zijn dat je eigenlijk wel tevreden kan zijn met dat goedkope messie en je dus de aanschaf van dat € 100 + mes echt niet hoeft te doen! Want ieder soort staal is scherp te krijgen, dat heeft echt niks met de aanschafprijs te maken.
Dan houd je lekker geld over voor andere zaken, zoals nog meer messen, slijpstenen en slijpkorrels!