maandag 25 maart 2019

Risotto met snijbonen

Beste mensen!

Wat iedereen nog niet weet is dat ik een uitermate interessant leven leid en uitermate interessante mensen ontmoet. Ik had me nooit gerealiseerd dat het een blijkbaar tot het ander leidt maar het blijkt echt zo te werken!
En met die uitermate interessante mensen heb ik dan uitermate interessante gesprekken. Bijvoorbeeld over eten.
Eten ja.
Zo had ik een uitermate interessant gesprek met ene Sander over het zelf maken van bouillon. Dus niet gewoon maar een bouillonblokje oplossen in een halve liter water, nee, zèlf doen!
Eigenlijk best eenvoudig: een groentebouillon maak je simpel door een fijngehakte ui, wortel en bleekselderij aan te zetten in een neutraal smakende olijfolie, vervolgens water erbij, dat langzaam aan de kook brengen en afkruiden met zout en -eventueel- peper. Simpel. En niet alleen simpel, ook nog ’s veul lekkerderder dan dan die kant & klare zooi van Knorr, Maggi etc. En wil je kippebouillon maken? Ook geen heksetoer: Effe een kip braden, die opeten en de botjes etc. niet gelijk wegtieffen maar een uur of wat uitkoken met alweer dat Supertrio ui, wortel en bleekselderij. Vleesbouillon? Stoofvlees maken (vlees aanbraden in niet te veel vet, dat in een pannetje met kokende zwerversbier (halve liter goedkope pils op een pond sudderlappen) schuiven + het Supertrio, uurtje of wat sudderen en voilá, niet alleen lekker draadjesvlees, óók een heerlijke geconcentreerde vleesbouillon. Het leven is echt niet ingewikkeld, koken niet moeilijk, kost ook niet veel tijd (timing is het toverwoord), alle dagen feest.

Maar waar ging het gesprek nou over? Welnu, ik noemde het Supertrio ‘soffrito’ waarop Sander riposteerde dat een sofrito helemaal niet de combi ui, wortel en bleekselderij is edoch bestaat uit ui, knoflook en tomaat! Wel heb ik ooit! Zowiezo is de combi ui / knoflook in de Italiaanse keuken een no-go en waar die tomaat nou weer vandaan komt?
Gelukkig hebben we Google en ’t misverstand (want dat was ’t) kon snel uit de wereld: Sofrito is een Spaanse aangelegenheid: https://www.culy.nl/inspiratie/sofrito/ en Soffrito -het scheelt dus maar 1 ‘f’- een Italiaanse: http://www.pasta-bolognese.nl/de-soffrito/ . Een detail maar wèl eentje met verstrekkende gevolgen! 
Afijn, weer wat geleerd zullen we maar denken.


Risotto met snijbonen.

Deze risotto gaan we maken met kippebouillon, hierboven staat hoe je dat moet maken.
Snijbonen, vroeger een typische zomergroente -nu nog voor mensen die uitsluitend van de koude grond eten- zijn ook nu te koop, ze komen uit Marokko, zijn niet duur dus met de milieubelasting zal het wel wat loslopen, ik vermoed dat ze per schip hierheen komen, niks geen gedoe met vliegmachines, fijn. En ze smaken uitstekend! Maar dan moet je ze wel even door de snijbonenmolen halen want fijngesneden smaken ze toch echt het best. Geen molen? Effe naar de kringloopwinkel, gegarandeerd dat er een stuk of wat liggen voor een drol.

-200gr. Risottorijst
-200gr. Snijbonen
-1 ui.
-Glas droge witte wijn, géén witte Bourgogne die op hout gelegen heeft, gewoon iets simpels. 
-Niet te grote pan met passend deksel en een hele dikke -zgn. sandwich- bodem. Niet aanwezig? Dan een sudderplaat onder de pan met de niet al te dikke bodem.

De bonen halen we zoals gezegd door de molen, de ui hakken we fijn en zetten we aan in een schuit neutraal smakende olijfolie. Klont boter kan ook, kwestie van smaak.
Als de ui glazig wordt kieperen we de bonen erbij. Die omscheppen tot ook die vocht beginnen los te laten.
Dit is het moment dat we de riso erbij gooien, niet wassen, gewoon hup erbij. Vuur niet te hoog, blijven omscheppen tot een nootachtige geur opstijgt: dit is het teken dat de droge rijst het uitgetredene vocht van de ui en bonen heeft opgenomen. Nu het glas witte wijn toevoegen.
Blijven omscheppen tot alle wijn is verdampt / door de rijst is opgenomen.
En nou komt ie:

Voeg iets van twee pollepels zachtjes kokende  kippebouillon toe, in ieder geval zoveel tot de rijst met groenten ongeveer een cm. onder staan. Zet het vuur hoger en blijf roeren tot de kook er overheen gaat. Door te blijven roeren komt het zetmeel dat aan de buitenkant van de rijstkorrels zit los en maakt dat de risotto lekker romig wordt.* 
We zetten het vuur zo laag mogelijk, sluiten de pan en zetten de kookwekker op 20 minuten en gaan we wat anders doen: tafel dekken, wijn uitzoeken en ontkurken, etc. as je maar met je tengels van de pan afblijft.

Na 20 minuten vissen we een rijstkorrel uit de brij, proeven die (dient al dente te zijn) en dienen op.

Smullen maar! Een onwerkelijk lekkere risotto zoals je ‘m in Italië nooit op je bord zal krijgen want daar kennen ze snijbonen niet. Zielig voor de Italianen maar okee voor ons toch?
We drinken er een frisse niet te zware wijn bij, ik schonk een Grignolino  maar da’s niet zo makkelijk te regelen want volgens mij is er niemand die die godendrank in Nederland importeert maar een Loirewijn zal ook prima voldoen.

Als het je niet lukt om de pan leeg te eten is er geen man overboord: Serveer je gewoon daags erna Minestre del Riso. Effe de overgebleven rijst opkoken in de rest van de kippebouillon en uitserveren in diepe borden. Ook erg lekker


Boun’ appetito, Dirk Kampstra, kok




*) daarom kan je alléén risotti maken riso Arborio, Carnoroli en wellicht nog een paar meer obscure Italiaanse rijstsoorten, ik weet dat ze er zijn maar hoe die heten ben ik vergeten. Kijk uit voorzorg op de verpakking!

vrijdag 25 januari 2019

Prei met braadworsten en pasta

Prei met braadworsten en pasta

Beste clubgenoten!

Vroeger dacht ik altijd dat ik liever lui was dan moe maar in de loop der jaren heb ik een ontdekking gedaan: Ik vind werken leuk!
Natuurlijk wel werk wat ik leuk vind en dat bleek uiteindelijk fietsenmaken te zijn, en dus niet de hele dag voor amanuensis spelen, het vak waar ik eigenlijk voor ben opgeleid.
Alle dagen ga ik fluitend te werk, er is iedere dag wel een leuke of uitdagende klus maar de leukste dag van de week is toch wel zaterdag: dan komt een goede vriend van me ’s ochtends  opperdan met bijvoorbeeld een bloemkool en een zak aardappelen, ik zorg dan voor braadworsten of heb direkt nadat ik de werkplaats geopend  heb een pan met stoofvlees op ’t gasstel gezet. Gaan we rond enen uitgebreid lunchen en daarna weer aan de slag; die vriend van me verdient dan wel zijn geld met bobootje spelen bij de KPN, in zijn hart issie eigenlijk ook fietsenmaker en bij mij kan ie zichzelf helemaal uitleven.

Afgelopen weekend kwam ie met een hele grote prei aanzetten, de bloemkool bleek zo schijtduur dat ie zich genoodzaakt voelde om het favourite voedsel van Keizer Nero aan te schaffen (Keizer Nero was een fervent amateur zanger, hij dacht dat ’t eten van prei goed zou zijn voor zijn stembanden), maar ja, wat moet je nou met een prei als je geen oven bij de hand hebt?

Nou beste mensen: gewoon dit!

-Eerst gaan we de braadworsten te lijf:  die braden we aan in wat boter, ondertussen snijden we een ui aan heel kleine stukjes en schuiven die tussen de aangebraadde worstjes, deksel op de pan en vuur laag.
-In een met teflon (of een andere anti aanbak laag) bekleedde braadpan doen we een klont boter en een lekkere scheut olijfolie. De prei snijden we in tweeën; het groen gooien we NIET weg want het groene gedeelde van prei heeft echt heel veel smaak. Is lekker hartig, is rijk aan vezels dus weggooien is echt stom maar we gaan het wel grondig wassen want er zit altijd zand of prut of wat voor ongein dan ook in het gebied waar ’t wit overgaat in het groen dus let effe op ja. 
-Het groen snijden we aan dunne reepjes overdwars, het wit aan ringen. Groen en wit gaan we roerbakken op niet al te hoog vuur zodat de boel niet gaat verbranden.
-Als de prei zacht begint te worden halen we ’t deksel van de pan waarin de braadworsten garen en zetten de pan met prei daarop. Op de vrijgekomen pit zetten we een pan water die we aan de kook brengen.
-Als ’t water kookt voegen we korte pasta toe, een handje zout en als de kook weer over de vloeistof is doen we ’t vuur laag, deksel op de pan en zetten we de kookwekker: Als op de verpakking staat dat de kooktijd 8 minuten is zetten we de kookwekker één minuut korter want kooktijden op verpakkingen zijn vaak net iets te lang.
-Als de kookwekker gaat proeven we of de pasta ‘al dente’  is. Al Dente? Dan de pasta afgieten en zo snel mogelijk in de braadpan met de prei mieteren: Het aanhangende kookvocht is heel zetmeelrijk en werkt bindend. 
De boel omroeren en alles in één beweging in de pan met de braadworsten met de ui gieten, direct weer omroeren en gelijk uitserveren in diepe borden.

Smullen maar! De prei blijkt heerlijk hartig te zijn, de worsten botermals en de pasta -die en passant ’t braadvet van de worsten + ui heeft geabsorbeerd- superlekker als begeleider van al dit heerlijks. Wat willen we nog meer?

Nou, een lekkere bel wijn! Maar dat gaan we overdag in de werkplaats dus effe niet doen hè, dat komt vanavond wel weer haha!


Buon’ appetito! Dirk Kampstra, kok

zondag 30 oktober 2016

Batavus Professional


Batavus, ’t merk dat de fietsenmaker bij ons op dorp voerde. Mijn Bordeaux-rode Batavus Bato die me iedere dag trouw naar school en terug naar huis vergezelde, alsmede ontelbare kilometers naar de dancings, jeugdcentra en kermissen in de omliggende dorpen. Sweet memories!
Jaren later vond ik een verlaten Batavus Professional in ontredderde staat langs de weg: de kapotjes van de tubes hingen half vergaan uit de banden en er lag een dikke laag algen op de framebuizen. Al tijden was ik op zoek naar een vervangende fiets: mijn Bianchi Campione del Mondo 1973-1974 is weliswaar heel mooi, maar twee cm. te groot en we weten allemaal: van een kleine fiets kan je een grote maken, van een grote geen kleintje…… Nooit heb ik dus ècht lekker op de Bianchi gefietst en toen bleek dat de Batavus precies pas was (volgens de beproefde methode Merckx: 2 x binnenbeenlengte gedeeld door 3) had ik ’t vermoeden goud in handen te hebben! De Batavus was in -voor zover ik kon beoordelen- 100% originele staat: Afgemonteerd met een complete Shimano Dura-Ace 5 speed groep, precies zo een als de Koga’s in hun 1977 folder. (downloads kan je vinden op de Koga site) en tubes.

Theo met zijn Batavus
Thuis eerst maar ’s de gehele fiets gedemonteerd. Dat was een makkie want hoewel er duidelijk jaren niet op gefietst was en buiten had gestaan kwam alles makkelijk los: Een goed teken want ondanks alles toch goed onderhouden. Omdat ik van beroep rijwiel technicus ben en ik er vreugde in schep om alles zelf te maken en zoveel mogelijk te reviseren bood deze fiets mij ongekende mogelijkheden. Van dit ding wilde ik een praktisch vervoermiddel maken die ik zowel hier in ’t vlakke Noord-Holland als in ’t bergachtige Noord-Italie zou kunnen inzetten.
De wielnaven bleken te zijn uitgewoond net als de onderste lagerschaal van ’t balhoofd. Omdat de bovenkant van ’t balhoofdset nog goed was heb ik alleen de onderkant vervangen voor een Shimano 600 setje, dat ziet er ’t zelfde uit maar weegt ietsjes meer. De trapas bleek in zo’n goede staat dat ik ‘m weer terug gezet heb met alleen nieuw vet in de lagers. Wel verzet ik ’t crankstel in zo’n geval altijd een kwartslag zodat relatief ongebruikt lager materiaal belast kan worden.
Mensen die de moeite hebben genomen om de foto te bestuderen zullen terecht opmerken dat ik bepaald geen ‘orginalista’ ben. Zo heb ik nieuwe wielen gemaakt met een oude Ultegra 32 gats voornaaf, achter zit nu een Shimano Deore naaf van 15 jaar terug, zoeentje die nog zo mooi gepolijst is die ik heb geüpgradede met een 9 speed cassettebody: Geen probleem voor een oude stalen fiets want de inbouwbreedte van ’n stalen frame is eenvoudig aan te passen. In de wielen zitten nu antracit Mavic velgen voor draadbandjes.
Ik ben zeker geen krachtsmens en heb dus voor in de bergen een 48-23 compakt crankstel gefabriceerd uit een oeroude moutainbike tripple. In Nederland zet ik er dan weer een 48-39 Suntour Blaze crankstel op, fluitje van een cent. Als pedalen gebruik ik Speedplay. Niet goedkoop maar wel supergoed. Aanradertje!
Ten slotte heb ik de originele Dura-Ace stuurpen vervangen door een SR Forced met een iets kortere voorbouw . Als stuur zit er nu een 3TTT op met Saccon remgrepen met de remkabels ‘binnendoor’. Niet bepaald origineel voor een fiets van voor de 90’s maar wel zo strak; bovendien remmen de Dura-Ace hoeven nu nòg beter want doordat de kabels binnen ’t stuurlint lopen is er een stuk minder beweging dus betere remkracht. Best wel lekker in wilde afdalingen. Remschakel grepen vind ik lelijk en onnodig voor een amateurtje als ik. Schakelen op de buis gaat prima, bovendien ben je dan niet afhankelijk van de conditie van de derailleurs: Er wordt immers zonder index geschakeld. Als zadel een Brooks Professional met van die grote koperen nagels. Wat mij betreft ’t beste zadel ooit gemaakt.
Hoe ’t rijd? Ik weet nog hoe ’t voelde toen ik een proefritje maakte: ’t was alsof ik een handschoen aantrok…. Helemaal te gek. 100% beter dan m’n collectors item. Voor mij nooit meer iets anders!

Koga Miyata Roadspeed


Vorig jaar viel mijn oog op een roestbruin kleurige Koga racefiets die in tamelijk slechte conditie langs de weg stond te vergaan: Het stuur ontbrak, de wielen waren krom, de ketting was stijf verroest en er zat duidelijk een te kleine zadelpen in de zitbuis gestoken want die was met een grote M8 bout bruut bijeengeknepen. Omdat ‘t frame 58 cm. ct bleek te zijn en er –op de remgrepen na- een complete Shimano 600 ‘Arabesque’ groep op zat heb ik mij over het wrakje ontfermt en nam het op m’n schouder mee naar de werkplaats waar ik doordeweeks mijn boterham verdien als rijwieltechnicus.
Ik was toe aan een nieuw project want de Batavus Professional waar ik zoveel fantastische fietstochten in binnen en buitenland heb gemaakt was wel zo’n beetje uitontwikkeld, tevens was ik benieuwd hoe zo’n Koga nou eigenlijk rijdt; zou ‘t net zo lekker zijn als mijn Batavus of meer als de Gazelle Tour de L’Avenir die ik ooit als randonneur had opgebouwd?
Eerst maar ‘s de fiets helemaal uitelkaar halen. Dat de zadelpen vrij makkelijk te verwijderen was zal niemand verbazen, om de zadellug weer enigzins te fatsoeneren was een heel wat enerverender klusje…. Dat heb ik gedaan door er stalen zadelpennen van oplopende diameter in te timmeren tot de originele diameter bereikt was: 26,8 mm. Daarna met een bolhamer de bramen weggeslagen en met een zoetvijl verder de boel afgewerkt. Ik had nog een passende Stronglight zadelpen liggen.
Het balhoofdlager Shimano 600 was nog helemaal gaaf dus dat kon zo weer terug, wel heb ik voor de zekerheid de onderste conus een kwart slag gedraaid voor ik het weer monteerde; zo ben je altijd van een perfect werkend lager verzekerd. De voorvork nagemeten in de richtbok, een poot stond wat naar achteren dus die gelijk gericht.
De originele trapas bleek ook nog goed! Fijn want ik vind moderne cartridge lagers wel handig maar lelijk op een klassieke fiets. Met ‘t gedemonteerde bracket in de bankschroef het achterframe zo ver uitgebogen dat er een 9 speed cassettenaaf in zou passen. Patjes gericht en een uurtje alles opgepoetst.
Het opbouwen kon een aanvang nemen. Shimano 600 remmen zijn niet slecht maar halen ‘t niet bij de DuraAce hoeven. Omdat ik nog een setje van een Zieleman slopertje had liggen heb ik die gemonteerd na ze te hebben gereviseerd. Campagnolo blokken voor en de originele Shimano blokken achter zouden voldoende remkracht moeten kunnen opbrengen voor ‘t doel waar ik deze fiets –mocht ze me qua rijeigenschappen bevallen- voor aan ‘t opblouwen was: Dit zou mijn nieuwe vakantiefiets moeten gaan worden.
De cassette achter heb ik iets veranderd door er een 28 tands bij te zetten (was tot 26) want ‘t was me opgevallen dat ik bij lange beklimmingen toch iets te kort kom voor 33-26. Geen schande: Iwan Basso deed in de Giro van 2010 de etappe door de Colli Tortonesi (Terra di Fausto Coppi!!) met 34-28. ‘t Vakantie 48-33 compact crankstel dat ik zelf heb gefabriceerd uit een oud trippleding (zie Batavus van Theo) gemonteerd met de originele 600 voorderailleur. Om met een wat langere ketting te kunnen rijden heb ik een gloednieuwe Suntour VX met lange kooi uit de oude doos gemonteerd, wat mij betreft de fijnst schakelende derailleurs.
Omdat ‘t frame van de Road Speed wat korter is dan de Batavus kon ik een langere voorbouw monteren, dat staat lekker sexy J. SR Road Champion stuurtje erbij samen met jaren 90 Ultegra remgrepen met de kabels binnendoor.
De wielen komen uit de Batavus, daar zitten nu een 36 spaaks voorwiel in met Suntour naaf en een achterwiel met 7 speed Shimano 105 cassettenaaf met wat klassiekere velgen.
‘t Zadel is een lederen Ideal die ik vroeger op m’n Gazelle randonneur had.
Ook deze keer weer lekker de non-orginalista uitgehangen maar zeg nou zelf: ‘t resultaat mag er zijn! ondanks dat ik wellicht zal geweigerd worden bij de Retro Ronde van Vlaanderen.
Maarrrrrrr hoe rijd ‘t?
Welnu, ik dacht dat ik met mijn Batavus ‘t summum qua rijgenot had gevonden maar ‘t blijkt allemaal nòg lekkerder te kunnen!
De Koga –die qua geometrie meer in de buurt zit van Gios Torino dan de klassiek Italiaanse geometrie van de Batavus- blijkt een ongekende rechtuitstabiliteit te hebben gecombineerd met een levendig stuurgedrag. Dat klinkt als een contradictie maar blijkt echt zo te werken. Dat merk je vooral in pijlsnelle afdalingen. Als je dan met een bloedgang op een haarspeldbocht afduikt en de fenomenale DuraAce remankers uitgooit dan is ‘t bochtenwerk dat onherroepelijk volgt een peulenschil. Om daarna weer met volle teugen te genieten van de inwerking van de zwaartekracht…


Hier een filmpje met de Roadspeed. Vanaf Bedoin in krap 3 uur de Mont Ventoux op: Koga powerrrrrrrrr!
http://www.youtube.com/watch?v=xGkqPJilwAs


Gazelle Tour de L'Avenir, Champion Mondial model 'G'







De Gazelles van Theo


Eerder verblijdde Theo ons al met zijn Batavus en zijn Koga. Maar fietsliefhebber Theo heeft ook nog een heel bijzondere Gazelle Champion Mondial.
Theo vertelt: “Het zal zo’n 15 jaar geleden zijn dat Danny, mijn toenmalige collega bij fietsenmakerij Mac Bike op ‘t Waterlooplein een fransblauwe Gazelle Tour de L’Avenir zag staan en mij overtuigde die te kopen. Voor honderd gulden, een knappe prijs.
Een behoorlijk mooi ding! Chique met half verchroomde vorkpoten. En met oogjes op de patten, precies wat ik wilde want ik wilde een klassieke randonneur opbouwen voor mijn fietsvakantie plannetjes. De RIH Speciaal die ik nog had staan was eigenlijk een soort van randonneur maar die was wel erg zwaar, een Gazelle Tour de L’Avenir is tenminste gedeeltelijk met Reynolds 531 buizen gebouwd.
Nadere inspectie leerde dat het balhoofdlager nog gaaf was maar de trapas en de naven behoorlijk waren uitgewoond, voor een rijwieltechnicus met twee rechterhanden en een onuitputtelijke bron met nieuwe en tweedehands reserve onderdelen is dat natuurlijk geen bezwaar: Vol goede moed begon ik aan de revisie.
Eerst maar eens de wielen maken. Met verre reizen met bepakking in ‘t achterhoofd leek ‘t me verstandig om zowel voor als achterwiel over 4 te spaken, dan kan je voor zowel ‘t voorwiel als ‘t achterwiel de spaaklengte voor alle spaken gelijk houden: Spaak 15-14 302mm. Op ‘t frame plakte ik een bosje reserve spaken met kop en steekspaken zonder kop voor eventuele noodreparaties. Voor zette ik een Shimano DuraAce naaf, achter een lage flens Campagnolo Record met opschroef pignon. De velgen waren ouderwetse dubbel gebuste Mavic 36 gats velgen. Als banden monteerde ik Vredestein Perfect 28-622.
De originele Weinmann sidepull remmen achtte ik ongeschikt voor ‘t zware werk, die werden vervangen door achter een Mafac Racer en voor een Weinmann centerpull remhoef met Koolstop blokken. Als remgrepen monteerde ik Shimano 600 met de kabels ouderwets bovenlangs. De derailleurs werden gecommandeerd door Suntour Power Shifters op de onderbuis, de voorderailleur bleef de originele Suntour 7 en achter monteerde ik een Suntour VX Grand Tourismo, dat is de VX met lange kooi, zo kan je een langere ketting monteren en iedereen weet: Hoe meer schakels, hoe langer de levensduur.
‘t Crankstel stelde ik samen van een Sugino met Shimano steek van een slopertje met de wellicht wat merkwaardige combi 44-40, dat waren tandbladen die ik nog had liggen. Met achter een 7 speed pignon tot 28 tands kon ik fluitend alle bergen op, zo verzekerde mij een andere collega die vroeger gekoerst had.
In ‘t magazijn lag nog een gloednieuw lederen racezadel van ‘t merk Ideal, bagagerekjes en m’n Bluemell spatbordjes erop en ‘t feest kon beginnen!
Ik weet niet of ‘t nog steeds zo is maar vroeger kon je ook je eigen fiets meenemen als je met Cycletours naar Italie ging: de bus ging van Amsterdam naar Firenze en dat leek me ideaal want ik wilde graag mijn vrienden in Noord-Italie met een bezoekje verblijden: Wat zouden ze opkijken als ik nu eens niet met de motor maar op de fiets zou langswippen! Klein probleempje was dat de bus over de Apennijnen zou stoppen en ik juist vòòr die bergketen zou willen blijven. Om die over te steken zag ik best tegenop, ik had immers 0 ervaring met fietsen in bergen en wilde ‘t rustig gaan opbouwen en niet de eerste dag met bepakking en al over een bergpas moeten zien te geraken. Gelukkig kan ik niet slapen in autobussen en bracht de nacht al kletsend met de bestuurder door en die wilde me best even na Bologna op een parkeerplaats droppen. Voor mekaar!
Op de parkeerplaats bij een benzinepomp langs de Autostrade deden we onze pitsstop en daar stond ik 5 uur ‘s nachts de bagage op m’n fiets te laden. Al snel trok ik de aandacht van een goedgeklede heer die mij vroeg of ik hulp nodig had. Het werd mij snel duidelijk dat deze parkeerplaats ‘s nachts een heel andere functie had…. Maar gelukkig bleek de cursus Italiaans voor beginners die ik gevolgd had voldoende vocabulair opgeleverd te hebben zodat ik deze beste kerel op beleefde wijze kon afpoeieren.
Nu van de snelweg af zien te geraken en dat viel nog niet mee! Omdat de Autostrade een peage is staat er een hek omheen. Een behoorlijk hoog hek. In ‘t stikdonker reed ik over de vluchtstrook zonder licht richting ‘t zuiden op zoek naar een eerste de beste gelegenheid me in veiligheid te brengen want ‘t was zenuwslopend met al dat vrachtverkeer.
Bij een scheefgezakt verkeersbord zou ‘t moeten gebeuren: eerst gooide ik mijn bagage over ‘t hek, daarna de fiets en klom toen in ‘t verkeersbord en waagde de sprong. Dat ging allemaal goed en even later vervolgde ik mijn weg over een stoppelveldje, nam toen een karrespoor dat overging in een betonpad dat op een huis aankoerste. Wat een mazzel dat ik ‘t enige boerenerf in Italie opreed waar geen woeste kettinghond de boel bewaakt!
Ik was nu in ‘t plaatsje waar de uitvinder van de radiotelegrafie is geboren: Sasso Marconi en moest naar Reggio Nell’ Emilia want daar in een dorpje verderop woonden Lorenzo en Rosi. Nu denkt iedereen dat Noord-Italie vlak is als Lutjebroek maar dat blijkt toch tegen te vallen: Ik moest wel degelijk een behoorlijke puist overfietsen en kwam er op de vroege ochtend al snel achter dat voor deze jongen 40-28 een brug te ver is. Dat werd lopen. En dat is nog zwaarder dan fietsen. Dat zou ik in de toekomst toch anders doen maar daar had ik nou niks aan. De hele verdere vakantie zou ik dergelijk terrein vermijden, de remmen daarentegen waren uit de kunst.
‘t Weerzien met Lorenzo en Rosi was genoeglijk, na een paar dagen reed ik verder richting Piemonte om Piero en Marco en natuurlijk mama Carla te bezoeken.
Ergens halverwege de Povlakte begon m’n rechtercrank raar te doen: ‘t Voelde aan alsof ik met een kapotte spie reed alleen was ‘t crankstel toch echt spieloos. Het is de uitdging om zoveel mogelijk tweedehands onderdelen te monteren maar ik bleek de pech te hebben dat deze crank waarschijnlijk door een vorige eigenaar met veel te veel kracht is vastgezet (heren, 4 kg/m is echt genoeg hoor!): ‘t vierkante gat was te groot geworden voor de trapas; met als gevolg dat de trapas door de crank heenstak. Wat nu?
Net buiten een of ander gehucht zag ik een carrosserie werkplaats liggen en daar m’n probleem uitgelegd, of ik even uit een dikke carrosserie ring een vulplaatje mocht vijlen. Met hun gereedschap a.u.b. Geen probleem, vaklui herkennen mekaar over de hele wereld. Een half uurtje later de crankbout weer gemonteerd met daartussen de vulring en ‘t probleem was opgelost.
Met deze reparatie toch nog twee weken zonder probleem rondgefietst, ruim 1000 km afgelegd, niet slecht!
Weer thuisgekomen eerst maar ‘s een triple crankstel op de fiets gezet, nu 44-40-34. Dat zou ‘t bergbeklimmen een stuk aangenamer maken en dat zit er nu, vele vakanties verder nog steeds op.
De Tour de L’Avenir heeft me heel wat plezier bezorgd maar eigenlijk was ze me met haar 60 cm. twee cm. te groot. Omdat ‘t frame lekker kort is viel er wel prima op te fietsen maar toen een mattie van me met een oranje Champion Mondial 58cm. om zijn nek mij een bezoekje bracht ging m’n hart toch iets sneller kloppen: Al jaren droomde ik van een Champion Mondial, maar dan niet zo’n ordinaire A, AA of AB frame, die heeft iedereen al. Ik was op zoek naar een G frame, die zijn echt zeldzaam, met ‘n 100% Reynolds 531 frame + dito voorvork met oogjes op de patten en een wat luier stuurkarakter, meer bedoeld als exclusieve lichte tourfiets en laat zijn buurman zo’n fiets nèt bij ‘t grofvuil te hebben gezet!
Twee weken terug alles van m’n trouwe Tour de L’Avenir afgehaald, op de trapas en balhoofdlager na en overgezet op het nieuwe frame, gelijk van de gelegenheid gebruik gemaakt remgrepen te monteren met remkabels binnendoor. De originele Mafac Racer remhoeven heb ik laten zitten, die horen er gewoon op en remmen goed genoeg.
Hoe ‘t rijdt?
Nou, ‘t is wel effe wennen! ‘t G frame is niet bepaald een raceframe…. Rechtuitstabiliteit is uit de kunst en de wendbaarheid voldoende al is ‘t een stuk minder levendig dan de Tour de L’Avenir. Ben benieuwd wat dat in de bergen doet met afdalingen, wie weet komt ‘t er nog ‘s van. Voorlopig heb ik daar een ander fietsje voor nl. de Koga Roadspeed.”

De Champion Mondial type G van Theo

Update!  Pasen (2012) hebben we een rondje Ardennen georganiseerd en ik ging mee als mechanieker op de bovenstaande Champion Mondial. Omdat ’t in de Ardennen niet alleen bergop gaat maar zeker ook bergaf kon ik mooi de rijeigenschappen van dit stalen ros aan een nader onderzoek onderwerpen.
Welnu, de Mafac remmen voldoen uitstekend (anders had ik hier niet gezeten haha! en afdalen met bepakking blijkt geen zenuwslopende activiteit te zijn: Met snelheden van boven de 60 km. per uur blijft de fiets makkelijk te controleren. Tenminste, zolang je je handen niet van ’t stuur haalt! Want zodra ’t stuur losgelaten wordt begint ’t frame te zwabberen en ’t voorwiel alle kanten op te slaan. Nou is dat bij afdalen natuurlijk geen probleem want dan moet je zowiezo je vingers bij de remmen hebben, maar ook op vlak terrein kan je met bagage maar beter niet al fietsend een banaan uit je koerstruitje vissen…… Ook bij schakelen voelt de fiets niet strak.
Vreemd, want de wiellagers hebben geen speling en ook ’t balhoofdlager loopt spelingsvrij. De bagagedrager zit goed vast etc. etc. Waarom de fiets zo onrustig is als met bagage wordt gereden is mij een raadsel.
Al met al was ik blij dat ik met deze fiets ’t avontuur ben ingegaan: De spatborden bleken gezien ’t weer van onschatbare waarde!

Hier een sfeerimpressie: http://www.youtube.com/watch?v=nFl9R1CO4-Q

Update 2! Inmiddels zijn alle spullen van de Gazelle Champion Mondial overgezet op een Superia crosser die opgebouwd is met Ishiwata 0.22 buizen van ongeveer de zelfde leeftijd en dimensies en raad 's? Veel strakker, een veel stijver frame dus betere fiets...
Wat ik al vermoedde: Gazelle maakt mooie fietsen maar er zijn betere 

dinsdag 10 november 2015

Rode kool met kastanjes


Herfst 2015

Alhoewel ik vanochtend nog twee (!) steekmuggen heb moeten doden is 't toch ècht 9 november 2015 als ik dit stukje typ. Hartje herfst dus en daarom is 't tijd om 's een lekker herfstrecept neer te pennen.

Vorig jaar ben ik getrouwd (echt waar) en wel met een buitenlandse vrouw, eentje uit Zwitserland.
Een van de aantrekkelijke kanten van buitenlanders is is dat ze je horizon kunnen verbreden, ze komen thuis met de gekste ideeën, weten je altijd te verrassen met een onverwachte invalshoek en als ze boodschappen gedaan hebben komen ze altijd weer thuis met Nieuwe Dingen. Dingen zoals kastanjes. Tamme kastanjes. Dat zijn kastanjes die je kan eten. Heel gewoon in Zwitserland maar ook Portugal, Italië en wellicht ook Spanje. Niet dat die bomen hier niet groeien maar op 't menu staan (of stonden) ze hier nooit, althans, ze liggen niet bij de Appie dus is 't beslist iets ongewoons.
In Zwitserland worden ze gepoft en als snack langs de kant van de weg uit een puntzakje gegeten, een heerlijk licht zoetig hartig hapje dat bovendien goed vult; na een zakje van die dingen kan je geen boe of ba meer zeggen haha!
Lijkt me prima als vervanger van aardappelen en dat hebben we vorige week uitgetest.

Rode kool met kastanjes.

De rode kool gaan we op z'n Zwitsers klaarmaken, we gaan 'm dünsten, stoven in z'n eigen vocht met uien en knoflook en gerookt spek. Eigenlijk lijkt 't wel wat op Cavolo Rosso uit Bolzano, is ook niet zo gek want dat komt uit een vergelijkbaar bergachtig gebied en bergmensen eten nou eenmaal op een specifieke manier... Veel spek, kaas, groenten die aarden in heftige omstandigheden, noem maar op.

  • Snij een stuk gerookt spek aan kleine dobbelsteentjes en doe die in een kleine pan met dikke bodem waarvan je denk dat straks àlles erin past, ook de kool. Zet op niet te hoog vuur zodat de spek in zijn eigen vet zachtjes bakt
  • Plet een teen knoflook met de zijkant van je koksmes, snij 'm in stukken en fruit mee met de spek en zijn vet. Snij ondertussen een ui in kleine stukjes en fruit die mee.
  • Zet 't vuur laag en snij een rode kool door de helft, snij de stronk eruit en snij de halve kool zelf aan hele dunne reepjes. De andere helft leg je op een plat bord in de ijskast, die eet je volgende week op.
  • Roer af en toe de ui + knoflook om, als de ui wat glazig begint te zien kan de gesneden kool daar mooi bovenop. Snufje zout toevoegen en wat versgemalen peper. 1 ½ tot 2 uur zachtjes laten stoven met 't deksel op de pan. De kool moet goed gaar zijn! Zie erop toe dat er genoeg vocht in de pan blijft, zo nodig af & toe een scheutje water toevoegen.

Zo, nu gaan we in de weer met de kastanjes. Reken per persoon 8 kastanjes.
Kastanjes hebben een platte kant, kerf die in met een speciaal kastanjemes. Mocht je die niet hebben dan gaat dat ook met de punt van een scherp aardappelschilmesje. Maak de snede over de hele lengte van de kastanje.
Zet een plaatstalen koekepan op 't vuur, maak 'm heet en doe de kastanjes in de pan zònder een scheut olie of klont boter, gewoon zo droog. Sluit de pan met en spatdeksel, da's een deksel met gaatjes. Mocht je die niet hebben doe dan een deksel schuin op de pan zodat er nog wat luchtcirculatie is. Zet 't vuur niet te hoog en schud de kastanjes om de minuut om.
Als de kastanjes beginnen open te barsten doe dan 't vuur lager en laat ze, nog steeds af en toe omschuddend gaar worden; na een minuut of 10 check je dat door er met een vork in te prikken.
Zijn ze gaar? Dan moeten ze gepeld worden. Een lastig maar wel gezellig klusje. Gooi de gepelde kastanjes in de pan met de rode kool. Sluit 't deksel en doe 't vuur uit.

Nu gaan we de wijn ontkurken. 'n Barbera lijkt me een goede keuze. Of anders een knappe Chianti of een Bourgogne, waarom niet? Zolang duurt ons aardse bestaan niet, laten we ervan genieten!

Schenk de glazen in, neem 'n ferme slok en proef. Schep de borden vol en geniet van deze pure smaken, dit is eten zoals eten bedoeld is.


Buon' appetito, Dirk Kampstra, kok.

zondag 12 juli 2015

Weer 't komt ist donker! Speghetti met gebakken paaprika, knoflouk, spaanse pepers en oloifolie


Weer 't komt ist donker! Speghetti met gebakken paaprika, knoflouk, spaanse pepers en oloifolie

Gusteren hadde we 'n gast weer we niet op rekend hadde maar die had drie roipe rooie paaprika's booi 'm dat ik d'r 's effies grave in m'n herrinneriks want hoe deed ik dat okkalweer?

  • 'n Beste gof oloifolie innen koekepan doen, die heit make en ondertussen drie toòne knoflouk pelle en an skoiffies snaaie. Die in de heite olie doen. Oplette dat die skoiffies niet kleure gaan want den wordt de knoflouk bitter as gal en den kejjenet net zo lief weggooie want dat is ronduit smereg.
  • Onderwoil de paaprika's wasse, zaadloiste d'ruit visse en an kloine stukkies snaaie. Vuur wat leiger zette en de paaprika stukkies in de koekepan gooie, goed roere en omskuddele. Nou zel de temperatuur omlaig gaan deurdat paaprika hihl veul vocht in z'n oigen het dat die knoflouk zel drekt niemeer vebrande
  • De paaprika verders zachies bakke en twaai kloine spaanse pepertjes an stukkies in de pan gooie den wordt 't allegaar lekker pitteg. Ok wat zout (nei smaak) d'r op strooie
  • Af & toe roere, omskuddele ennen beste pan water opzette voor de speghetti. Als 't water koukt de spaghetti d'rin doen en ok 'n skep zout. Vuur houg, roere tot de kouk d'r over is, den deksel op de pan en vuur leig: Heiter as 100 grade wordt 't tonniet en met 't deksel d'r op hejje gien last van vocht op de mure en zuk. Ok 'n deksel op de koekepan en 't vuur deeronder ok leig zette, af & toe alle twaai de panne effies deurroere
  • Speghetti klaar? Ofgiette en metien in de koekepan gooie den bind 't anhangend water de paaprika met de speghetti. Wel vezelluf goed deurroere
  • Opdienne met verse blaadjes bazilikum d'r overhein strooid.

Woin? Zo seumers 'n koele Pinot Noir uit de Elzas, Grignolino of Barbera uit Piemonte. Of vezelluf de moezerende Bonarda die je nou voor woineg opdoen kenne bai de HEMA